Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2022

    wie heeft de grootste?

    gewone vinvissen nader bekeken

    De aanleiding voor het schrijven van dit stukje met een tikje prikkelende titel is dit bericht dat de NOS op 17 januari 2022 publiceerde. De NOS stelt dat de gewone vinvis die op 20 augustus 2017 op Texel aanspoelde en door Ecomare wordt bewaard de grootste vinvis is die ooit in Nederland is gezien. Dit roept twee vragen op: is de grootste belangrijk, en klopt het?

    Grote walvissen hebben mensen altijd geïntrigeerd. Blauwe en gewone vinvissen, beide behorend tot de grootste soorten die ooit hebben geleefd, zijn inderdaad indrukwekkende beesten, maar krijgen onevenredig veel aandacht. Olifant, giraf en Tyrannosaurus rex zijn dan ook lachertjes vergeleken bij vinvissen. We zien in Nederland helaas maar weinig grote walvissen, en zelfs als we het geluk hebben er eentje op zee te zien blijft het bij een stukje rug en een spuit. Als er een op het strand ligt, genereert hij daarom een hoop aandacht, en hoe groter, des te meer. Er ligt bijna dagelijks een bruinvis op het Nederlandse strand, en een bruinvis is een echte walvis, maar zelden groter dan 160 centimeter. Zo'n ukkie komt niet op televisie.

    'Does size matter?' is een vraag die veel mensen bezig houdt. Bij walvissen is dat inderdaad het geval. Lengte geeft informatie over de samenstelling van een populatie, net zoals de sekse van een walvis dat doet. Omdat volwassen exemplaren groter zijn dan jongen, en vrouwtjes groter zijn dan mannetjes van gelijke leeftijd, geeft lengte in combinatie met sekse een idee over de leeftijd. Exacte leeftijd is bij walvissen echter lastig vast te stellen. Na de geboorte groeit een jong relatief snel, op latere leeftijd neemt de groei aanzienlijk af. Misschien groeien echt oude walvissen helemaal niet meer, maar daar is weinig over bekend.

    Bij tandwalvissen worden wel ringen geteld in de tanden om de leeftijd te bepalen, zoals jaarringen bij bomen, en ook bij andere zoogdieren wil dit trucje wel werken. Bij baleinwalvissen werkt de truc niet. Baleinwalvissen hebben geen tanden maar baleinen. Na de dood kunnen baleinen nog altijd informatie geven over waar een vinvis heeft gefoerageerd, maar baleinen groeien en slijten voortdurend, met name aan de top en het meten van de lengte geeft dus geen informatie over de leeftijd. Bij baleinwalvissen werkt wel het tellen van jaarringen in de wasachtige prop die de gehoorgang afsluit, maar dat is nogal een operatie en het is bovendien de vraag of dat bij een rotte walvis nog werkt. De gemakkelijkste methode is daarom om de lichaamslengte te meten. Dat geeft weliswaar geen absolute leeftijd, maar wel een relatieve: de lengte kan vergeleken worden met die van andere gestrande walvissen van dezelfde soort en zo kan in ieder geval worden vastgesteld of een gestrand exemplaar even oud, ouder of jonger was dan andere exemplaren.

    Meten is weten. Een walvis die in Nederland op het strand belandt is vaak rot en niet altijd meer compleet. Schatten lijkt dan uitkomst te bieden. Nu blijkt dat het correct schatten van de lengte van een walvis buitengewoon moeilijk is, en niet alleen op zee. De gewone vinvis van 22 september 2009 te Antwerpen werd, toen hij nog in het water maar in volle lengte gestrekt tegen de kademuur lag, geschat op 12 meter. Toen hij óp de kade lag en kon worden opgemeten met een meetlint, bleek hij 19 meter lang te zijn. De mensen die op de kade stonden, zaten er dus maar liefst ruim 60% naast, ook al stonden ze er met hun neus bovenop. Schattingen van een en dezelfde dode bruinvis op het strand lopen soms uiteen van 80 cm tot 140 cm, een verschil van ruim 50%, en dat terwijl men er met zijn of haar schoenpunten tegenaan staat.

    De database van walvisstrandingen.nl bevat nu gegevens van 42 gewone vinvissen. Van 29 daarvan is de lengte bekend (figuur 1). Hoe betrouwbaar die lengtes zijn weten we niet, omdat nooit vermeld wordt hoe een dode walvis is gemeten. De manier van meten lijkt een futiliteit, maar als het dier over het lichaam wordt gemeten, zoals bij deze potvis gebeurt, komt er een hoger getal uit dan de werkelijke lengte. Dit is de juiste manier. Een ander punt is dat in het verleden de maten werden opgegeven in de toen gangbare eenheden. Zo mat de gewone vinvis die op 17 september 1835 bij Wijk aan Zee werd aangeland '16 n. ellen lang (ruim 15 v. rijnl.)'. Het Nederlandse metrieke stelsel, waarbij de n. [=Nederlandse] el is gelijkgesteld aan een meter, was toen nog maar recent ingevoerd. Daarom is er voor de duidelijkheid bijgezet dat 16 Nederlandse ellen overeenkwam met 'ruim' 15 Rijnlandse voeten. Er waren in het verleden echter ook andere voeten in omloop en verwar dus de Rijnlandse voet vooral niet met al die andere voeten.

    Wat aan de maten van de Nederlandse gewone vinvissen opvalt is dat diverse lengtes uitkomen op een heel getal: van de 29 lengtes zijn er maar liefst veertien die op een heel getal eindigen (12 meter, 20 meter) en nog eens zes die op 50 centimeter eindigen (1750 cm). Al deze getallen zijn dus afgerond.

    figuur 1. Opgegeven lengtes van gewone vinvissen in Nederland, gestrand tussen 1791 en 2021. De vinvissen van voor 1950 (n=15) zijn in blauw weergegeven, die sinds 1950 (n=14) in oranje.

     

    Al deze mitsen en maren in aanmerking genomen, lijkt de verdeling van lengtes van de gewone vinvissen in Nederland min of meer normaal verdeeld te zijn. De meest gemelde lengte was 16 meter (vijf exemplaren), de kleinste 877 cm en de grootste 2400 cm. Het kleintje, van 877 cm, dateert van 2012 en is goed opgemeten. Dat laatste kan niet gezegd worden van het exemplaar van 2400 cm dat op 15 november 1914 nabij Hoek van Holland is gestrand. Van dit exemplaar is niet veel meer bewaard gebleven dan een borstbeen en wat baleinen. De lengte zou misschien teruggerekend kunnen worden aan de hand van deze restanten, maar dat onderzoek is vooralsnog niet uitgevoerd.

    Van de 42 gewone vinvissen zijn er 21 gesekst, een magere 50% dus. Verreweg de meeste (71%, 15 exemplaren) waren man. Voor 1950 was dit 67%, erna 75%. Door de tijd heen stranden er iets meer mannen, maar de steekproef is klein, dus we moeten daar niet te veel waarde aan hechten. Overigens kunnen we niet uitsluiten dat er, net als bij bruinvissen, bij het zien van een penis man is genoteerd, terwijl bij het niet zien van een penis is besloten de sekse in het midden te laten.

    Als we nog eens een blik werpen op (de kleine steekproef in) figuur 1, dan lijken de vinvissen van voor 1950 iets groter te zijn geweest dan die van na 1950. De gemiddelde gestrande gewone vinvis in Nederland meet 17 meter. Voor 1950 was dit bijna 19 meter (n=15), na 1950 15 meter (n=14). Vooral vrouwtjes lijken na 1950 kleiner te zijn geworden (tabel 1), maar als de lengte van 877 cm wordt weggelaten is er weinig verschil meer.

    tabel 1. Lengteverdeling per sekse (inclusief niet gesekste exemplaren) van in Nederland gestrande of per schip aangevoerde gewone vinvissen tussen 1791 en 2021 (n=29). De maten zijn ook uitgesplitst voor de periode voor en na 1950.

        man vrouw onbekend
    alles gemiddeld 1672 1582 2033
      spreiding 1160-2200 877-2300 1700-2400
      standaarddeviatie 309,6 515,4 275,1
      n 15 8 6
             
    <1950 gemiddeld 1833 1780 2033
      spreiding 1200-2200 1170-2200 1700-2400
      standaarddeviatie 367,0 489,2 275,1
      n 6 3 6
             
    >1950 gemiddeld 1565 1424 -
      spreiding 1160-1850 877-2300 -
      standaarddeviatie 223,7 530,6 -
      n 9 5 -

     

    Er blijven nog meer interpretatieproblemen over. Er is wel geopperd dat vinvissen in het verleden vaker spontaan in de buurt van Nederland voorkwamen. Of dat zo is, is de vraag, maar tegenwoordig zien we ze vooral op de boeg van grote schepen die via de Golf van Biskaje naar Nederland komen. Het is ook de vraag of de categorie aangevaren en per schip aangevoerde vinvissen wel representatief is voor wat er in de Golf van Biskaje rondzwemt. Zo zou het kunnen dat een kleiner exemplaar wendbaarder is en daarom minder vaak wordt aangevaren, dat een kleiner exemplaar juist vaker wordt aangevaren vanwege jeugdige onnozelheid, dat een kleiner exemplaar eerder van de bulb van een schip afglijdt, enzovoort.

    Nu terug naar het bericht van de NOS. Is de gewone vinvis van Texel van 2017 nou wél of niet de allergrootste ooit voor Nederland? Je zou in eerste instantie zeggen van niet: de opgemeten lengte was 1840 centimeter (niet 18 meter zoals in het NOS-artikel staat). Volgens figuur 1 zijn er dan 9 exemplaren langer. Bij prepareren van het skelet ontdekte de preparateur echter dat er bij Texelse gewone vinvis acht wervels ontbraken en dat er daarom maar liefst 5 meter bij de lengte opgeteld moet worden. Misschien dat de lengte van het gehele skelet nog eens kan worden opgemeten als hij eenmaal is opgesteld en dat uit de lengte van wervels, borstbeen, schedel of andere lichaamsdelen de lengte ook nog eens teruggerekend kan worden ter verificatie. Hoe dan ook, deze vinvis is waarschijnlijk niet de grootste die ooit in Nederland is gestrand, maar hij komt er heel dichtbij. De grootste is, zoals boven al is gezegd, die van november 1914 bij Hoek van Holland. Die mat 2400 cm, volgens de huidige gegevens dus 60 centimeter langer dan die van 2017. Die van 1914 is niet in zijn geheel bewaard, die van 2017 wél en daarmee is deze laatste de grootste ooit in Nederland gestrande én bewaard gebleven gewone vinvis. Het skelet zal als het schoon en in elkaar gezet is te bezichtigen zijn bij Ecomare op Texel. Voor de NOS is 60 centimeter onbelangrijk maar telt 5 meter wel! Of de grootste voor een vinvis zelf uitmaakt weten we niet. Een correct geméten lengte is wel van belang, want met een schatting kunnen we niet veel. Lengte doet er dus echt toe.