Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2022

    Nieuws 2022

    • maandoverzicht april 2022

      Ook maart 2022 was wat strandingen betreft magerder dan gemiddeld: slechts 22 keer is een dood aangespoelde walvis gemeld (gemiddeld ruim 39). Het betrof 21 bruinvissen en 1 nog niet nader gedetermineerde dolfijn. Deze laatste is op 5 april bij de Grevelingendam gevonden en lijkt het meest op een gewone of een gestreepte.

      Sinds 1990 zijn er 25 dolfijnen gestrand, 14 gewone en 11 gestreepte. Beide zijn gespreid over de jaren binnengedruppeld. Van gewone dolfijn strandt er meestal maximaal een per jaar. Alleen in 2016 waren er 3 gewone en in 2020 nog eens 4. Gestreepte dolfijn strandt net zo onregelmatig en eveneens met maximaal een per jaar. Alleen in 2016 zijn er twee gestrand, een moeder-dochterpaar.

      Zowel gewone als gestreepte dolfijn zijn in acht maanden van het jaar vastgesteld. Gestreepte dolfijn lijkt iets vaker in de wintermaanden te stranden: 6 tussen november en maart. Gewone dolfijn heeft misschien een klein voorjaarspiekje, met 2 in maart en 4 in april. De tijd zal leren of beide soorten willekeurig blijven binnendruppelen of dat er een trend zichtbaar wordt.

      In de Delta zijn deze maand 7 bruinvissen gevonden (waarvan een in de Westerschelde en 1 in de Oosterschelde), in Zuid-Holland 2, in Noord-Holland 2, en in het Waddengebied 10 (Razende Bol 1, Texel 3, Ameland 2, Engelsmanplaat 1, Schiermonnikoog 1, Rottumerplaat 1, Termunterzijl 1). Er is 1 bruinvis levend gestrand (4 april Bergen). De scheve sekseverhouding die in maart is vastgesteld was nu weer rechtgetrokken (7 man en 6 vrouw).

    • maandoverzicht maart 2022

      Over het aantal strandingen in maart 2022 kunnen we kort zijn: het lag ver onder het gemiddelde. Het gemiddelde sinds 2006 is 52, in maart 2022 zijn er slechts 16 dieren gemeld. Daarmee komt dit jaar op een van de laagste maarttotalen van deze eeuw. Alleen in maart 2020 zijn er minder strandingen gemeld, namelijk 13. Het volgende jaar met minder dan 16 was maart 2002, toen er 12 aangespoelde bruinvissen waren.

      Er zijn in maart dit jaar geen andere soorten dan bruinvissen aangetroffen. In de Delta zijn er deze maand vier gevonden (waarvan 1 in de Oosterschelde), aan de Zuid-Hollandse kust 0, aan de Noord-Hollandse kust 2. Het Waddengebied was deze maand dus goed voor de overige 9 (Texel 1, Vlieland 3, Ameland 2, Schiermonnikoog 2 en Groningen 1).

      Twee dieren zijn levend gestrand. Als enige andere bijzonderheid valt te melden dat de sekseverdeling extreem scheef was: 11 van de 12 gesekste dieren was een man.

    • jaaroverzicht 2021

      Het jaaroverzicht over 2021 staat online.

    • maandoverzicht februari 2022

      In februari 2022 zijn 33 aangespoelde bruinvissen gemeld. Dat is maar net iets onder het meerjarig gemiddelde van 36. Februari 2021 was met slechts 18 strandingen ongewoon laag, net als 'daljaar' 2015 overigens. Jaren met extreem hoge aantallen in februari waren 2009 met 58 en 2013 met 56.

      Het was niet alleen een erg zachte en natte maand, maar ook een hele stormachtige. Op 6 februari stormde het, en tussen 16 en 21 februari hadden we zelfs drie stormen achterelkaar. Het lijkt er niet op dat dit van invloed is geweest op het aanspoelen van bruinvissen, want alleen op de derde zijn er 4 gemeld en op de negentiende 3. Op de andere dagen ging het om 0-2 dieren. De enige levende bruinvis van deze maand strandde op de derde, dus ook niet in verband met storm. Andere soorten dan bruinvissen zijn niet gemeld.

      In de Delta zijn 6 bruinvissen gemeld, Zuid-Holland 7, Noord-Holland 5 en in het Waddengebied 15 (Texel 2, Vlieland 3, Terschelling 3, Ameland 5, Noord-Hollandse wadkust 1, Friese wadkust 1).

    • wie heeft de grootste?

      gewone vinvissen nader bekeken

      De aanleiding voor het schrijven van dit stukje met een tikje prikkelende titel is dit bericht dat de NOS op 17 januari 2022 publiceerde. De NOS stelt dat de gewone vinvis die op 20 augustus 2017 op Texel aanspoelde en door Ecomare wordt bewaard de grootste vinvis is die ooit in Nederland is gezien. Dit roept twee vragen op: is de grootste belangrijk, en klopt het?

      Grote walvissen hebben mensen altijd geïntrigeerd. Blauwe en gewone vinvissen, beide behorend tot de grootste soorten die ooit hebben geleefd, zijn inderdaad indrukwekkende beesten, maar krijgen onevenredig veel aandacht. Olifant, giraf en Tyrannosaurus rex zijn dan ook lachertjes vergeleken bij vinvissen. We zien in Nederland helaas maar weinig grote walvissen, en zelfs als we het geluk hebben er eentje op zee te zien blijft het bij een stukje rug en een spuit. Als er een op het strand ligt, genereert hij daarom een hoop aandacht, en hoe groter, des te meer. Er ligt bijna dagelijks een bruinvis op het Nederlandse strand, en een bruinvis is een echte walvis, maar zelden groter dan 160 centimeter. Zo'n ukkie komt niet op televisie.

      'Does size matter?' is een vraag die veel mensen bezig houdt. Bij walvissen is dat inderdaad het geval. Lengte geeft informatie over de samenstelling van een populatie, net zoals de sekse van een walvis dat doet. Omdat volwassen exemplaren groter zijn dan jongen, en vrouwtjes groter zijn dan mannetjes van gelijke leeftijd, geeft lengte in combinatie met sekse een idee over de leeftijd. Exacte leeftijd is bij walvissen echter lastig vast te stellen. Na de geboorte groeit een jong relatief snel, op latere leeftijd neemt de groei aanzienlijk af. Misschien groeien echt oude walvissen helemaal niet meer, maar daar is weinig over bekend.

      Bij tandwalvissen worden wel ringen geteld in de tanden om de leeftijd te bepalen, zoals jaarringen bij bomen, en ook bij andere zoogdieren wil dit trucje wel werken. Bij baleinwalvissen werkt de truc niet. Baleinwalvissen hebben geen tanden maar baleinen. Na de dood kunnen baleinen nog altijd informatie geven over waar een vinvis heeft gefoerageerd, maar baleinen groeien en slijten voortdurend, met name aan de top en het meten van de lengte geeft dus geen informatie over de leeftijd. Bij baleinwalvissen werkt wel het tellen van jaarringen in de wasachtige prop die de gehoorgang afsluit, maar dat is nogal een operatie en het is bovendien de vraag of dat bij een rotte walvis nog werkt. De gemakkelijkste methode is daarom om de lichaamslengte te meten. Dat geeft weliswaar geen absolute leeftijd, maar wel een relatieve: de lengte kan vergeleken worden met die van andere gestrande walvissen van dezelfde soort en zo kan in ieder geval worden vastgesteld of een gestrand exemplaar even oud, ouder of jonger was dan andere exemplaren.

      Meten is weten. Een walvis die in Nederland op het strand belandt is vaak rot en niet altijd meer compleet. Schatten lijkt dan uitkomst te bieden. Nu blijkt dat het correct schatten van de lengte van een walvis buitengewoon moeilijk is, en niet alleen op zee. De gewone vinvis van 22 september 2009 te Antwerpen werd, toen hij nog in het water maar in volle lengte gestrekt tegen de kademuur lag, geschat op 12 meter. Toen hij óp de kade lag en kon worden opgemeten met een meetlint, bleek hij 19 meter lang te zijn. De mensen die op de kade stonden, zaten er dus maar liefst ruim 60% naast, ook al stonden ze er met hun neus bovenop. Schattingen van een en dezelfde dode bruinvis op het strand lopen soms uiteen van 80 cm tot 140 cm, een verschil van ruim 50%, en dat terwijl men er met zijn of haar schoenpunten tegenaan staat.

      De database van walvisstrandingen.nl bevat nu gegevens van 42 gewone vinvissen. Van 29 daarvan is de lengte bekend (figuur 1). Hoe betrouwbaar die lengtes zijn weten we niet, omdat nooit vermeld wordt hoe een dode walvis is gemeten. De manier van meten lijkt een futiliteit, maar als het dier over het lichaam wordt gemeten, zoals bij deze potvis gebeurt, komt er een hoger getal uit dan de werkelijke lengte. Dit is de juiste manier. Een ander punt is dat in het verleden de maten werden opgegeven in de toen gangbare eenheden. Zo mat de gewone vinvis die op 17 september 1835 bij Wijk aan Zee werd aangeland '16 n. ellen lang (ruim 15 v. rijnl.)'. Het Nederlandse metrieke stelsel, waarbij de n. [=Nederlandse] el is gelijkgesteld aan een meter, was toen nog maar recent ingevoerd. Daarom is er voor de duidelijkheid bijgezet dat 16 Nederlandse ellen overeenkwam met 'ruim' 15 Rijnlandse voeten. Er waren in het verleden echter ook andere voeten in omloop en verwar dus de Rijnlandse voet vooral niet met al die andere voeten.

      Wat aan de maten van de Nederlandse gewone vinvissen opvalt is dat diverse lengtes uitkomen op een heel getal: van de 29 lengtes zijn er maar liefst veertien die op een heel getal eindigen (12 meter, 20 meter) en nog eens zes die op 50 centimeter eindigen (1750 cm). Al deze getallen zijn dus afgerond.

      figuur 1. Opgegeven lengtes van gewone vinvissen in Nederland, gestrand tussen 1791 en 2021. De vinvissen van voor 1950 (n=15) zijn in blauw weergegeven, die sinds 1950 (n=14) in oranje.

       

      Al deze mitsen en maren in aanmerking genomen, lijkt de verdeling van lengtes van de gewone vinvissen in Nederland min of meer normaal verdeeld te zijn. De meest gemelde lengte was 16 meter (vijf exemplaren), de kleinste 877 cm en de grootste 2400 cm. Het kleintje, van 877 cm, dateert van 2012 en is goed opgemeten. Dat laatste kan niet gezegd worden van het exemplaar van 2400 cm dat op 15 november 1914 nabij Hoek van Holland is gestrand. Van dit exemplaar is niet veel meer bewaard gebleven dan een borstbeen en wat baleinen. De lengte zou misschien teruggerekend kunnen worden aan de hand van deze restanten, maar dat onderzoek is vooralsnog niet uitgevoerd.

      Van de 42 gewone vinvissen zijn er 21 gesekst, een magere 50% dus. Verreweg de meeste (71%, 15 exemplaren) waren man. Voor 1950 was dit 67%, erna 75%. Door de tijd heen stranden er iets meer mannen, maar de steekproef is klein, dus we moeten daar niet te veel waarde aan hechten. Overigens kunnen we niet uitsluiten dat er, net als bij bruinvissen, bij het zien van een penis man is genoteerd, terwijl bij het niet zien van een penis is besloten de sekse in het midden te laten.

      Als we nog eens een blik werpen op (de kleine steekproef in) figuur 1, dan lijken de vinvissen van voor 1950 iets groter te zijn geweest dan die van na 1950. De gemiddelde gestrande gewone vinvis in Nederland meet 17 meter. Voor 1950 was dit bijna 19 meter (n=15), na 1950 15 meter (n=14). Vooral vrouwtjes lijken na 1950 kleiner te zijn geworden (tabel 1), maar als de lengte van 877 cm wordt weggelaten is er weinig verschil meer.

      tabel 1. Lengteverdeling per sekse (inclusief niet gesekste exemplaren) van in Nederland gestrande of per schip aangevoerde gewone vinvissen tussen 1791 en 2021 (n=29). De maten zijn ook uitgesplitst voor de periode voor en na 1950.

          man vrouw onbekend
      alles gemiddeld 1672 1582 2033
        spreiding 1160-2200 877-2300 1700-2400
        standaarddeviatie 309,6 515,4 275,1
        n 15 8 6
               
      <1950 gemiddeld 1833 1780 2033
        spreiding 1200-2200 1170-2200 1700-2400
        standaarddeviatie 367,0 489,2 275,1
        n 6 3 6
               
      >1950 gemiddeld 1565 1424 -
        spreiding 1160-1850 877-2300 -
        standaarddeviatie 223,7 530,6 -
        n 9 5 -

       

      Er blijven nog meer interpretatieproblemen over. Er is wel geopperd dat vinvissen in het verleden vaker spontaan in de buurt van Nederland voorkwamen. Of dat zo is, is de vraag, maar tegenwoordig zien we ze vooral op de boeg van grote schepen die via de Golf van Biskaje naar Nederland komen. Het is ook de vraag of de categorie aangevaren en per schip aangevoerde vinvissen wel representatief is voor wat er in de Golf van Biskaje rondzwemt. Zo zou het kunnen dat een kleiner exemplaar wendbaarder is en daarom minder vaak wordt aangevaren, dat een kleiner exemplaar juist vaker wordt aangevaren vanwege jeugdige onnozelheid, dat een kleiner exemplaar eerder van de bulb van een schip afglijdt, enzovoort.

      Nu terug naar het bericht van de NOS. Is de gewone vinvis van Texel van 2017 nou wél of niet de allergrootste ooit voor Nederland? Je zou in eerste instantie zeggen van niet: de opgemeten lengte was 1840 centimeter (niet 18 meter zoals in het NOS-artikel staat). Volgens figuur 1 zijn er dan 9 exemplaren langer. Bij prepareren van het skelet ontdekte de preparateur echter dat er bij Texelse gewone vinvis acht wervels ontbraken en dat er daarom maar liefst 5 meter bij de lengte opgeteld moet worden. Misschien dat de lengte van het gehele skelet nog eens kan worden opgemeten als hij eenmaal is opgesteld en dat uit de lengte van wervels, borstbeen, schedel of andere lichaamsdelen de lengte ook nog eens teruggerekend kan worden ter verificatie. Hoe dan ook, deze vinvis is waarschijnlijk niet de grootste die ooit in Nederland is gestrand, maar hij komt er heel dichtbij. De grootste is, zoals boven al is gezegd, die van november 1914 bij Hoek van Holland. Die mat 2400 cm, volgens de huidige gegevens dus 60 centimeter langer dan die van 2017. Die van 1914 is niet in zijn geheel bewaard, die van 2017 wél en daarmee is deze laatste de grootste ooit in Nederland gestrande én bewaard gebleven gewone vinvis. Het skelet zal als het schoon en in elkaar gezet is te bezichtigen zijn bij Ecomare op Texel. Voor de NOS is 60 centimeter onbelangrijk maar telt 5 meter wel! Of de grootste voor een vinvis zelf uitmaakt weten we niet. Een correct geméten lengte is wel van belang, want met een schatting kunnen we niet veel. Lengte doet er dus echt toe.

    • maandoverzicht januari 2022

      Gemiddeld stranden er in januari 34 walvissen en in januari 2022 was dat niet heel anders: het waren er nu 31. Andere soorten dan bruinvis zaten er dit keer niet tussen. Sinds 2006 was januari 2012 een 'topjaar' met 63 exemplaren, maar ook recenter was er nog een jaar met extreem hoge januari-aantallen, namelijk 2019 met 51 exemplaren. Daartegenover staat 2008 met slechts 9 bruinvissen, en uiteraard 'daljaar' 2015, toe in januari slechts 20 strandingen zijn gemeld.

      De Delta was in januari 2022 goed voor 4 bruinvissen, Zuid-Holland voor 7, Noord-Holland voor 10 en de Wadden eveneens voor 10 (Texel 2, Vlieland 5, Terschelling 2 en Ameland 1). Een dag met meerdere meldingen was 21 januari, toen 5 aangespoelde bruinvissen zijn gemeld. Vanaf de 16e draaide de wind naar noordwestelijke richting en op de 20e was de wind niet alleen aanlandig maar ook krachtig (5 Beaufort).

      Bijzonderheden zijn er nauwelijks te melden, of het moet de toename in verminkte bruinvissen zijn. Verse verscheurde bruinvissen, of 'losse onderdelen', zijn gevonden aan de noordkant van Walcheren, bij Wassenaar, IJmuiden, Castricum, Schoorl/Camperduin, en op Texel en Terschelling.

    • seks op het strand

      of: waarom het belangrijk is om van een dode bruinvis het geslacht te bepalen

      Sinds het eind van de jaren 1990 is de bruinvis in de zuidelijke Noordzee sterk toegenomen. Omdat de dood bij het leven hoort als de bruinvis bij de zee, is het niet zo vreemd dat de toename in onze wateren is gepaard gegaan met een toename van het aantal aangespoelde dieren (figuur 1). De oorzaak van de snelle toename is nog altijd niet goed begrepen. Omdat deze zo snel is gegaan, kan dit niet door natuurlijke aanwas zijn veroorzaakt. Het lijkt er eerder op dat de hele bruinvispopulatie in de Noordzee naar het zuiden is opgeschoven.

       

      figuur 1. Strandingen van bruinvissen in Nederland van 1900 tot en met 2021 (linker y-as, n=11.013). De getrokken lijn geeft het percentage mannetjes aan (rechter y-as, n=5840).

       

      Een dode bruinvis biedt mogelijkheden tot onderzoek dat niet aan levende dieren gedaan kan worden, zoals het vaststellen van de sekse. Vaststellen van de sekse is belangrijk om de opbouw van de populatie beter te begrijpen. Het is niet bekend hoe de natuurlijke sekseverhouding van een gezonde bruinvispopulatie eruitziet. Het enige wat we kunnen doen om daar achter te komen is om stelselmatig de sekse van aangespoelde dieren te noteren. Verandering in die sekseverhouding geeft misschien inzicht in hoe het de populatie vergaat.

      Aan het begin van de twintigste eeuw was de bruinvis hier algemeen, maar waarnemingen werden toen niet systematisch verzameld, ook niet door Van Deinse. Dankzij enkele personen, met name Fokko Niesen en Henk Kortekaas, zijn uit de periode van 1930 tot 1970 gegevens van tientallen dieren per jaar beschikbaar, waaronder de sekse. Van Deinse begon pas gegevens van dode bruinvissen te noteren vanaf 1952, maar toen was de soort hier al schaars geworden. Opvallend is dat met de daling van de populatie ook het aandeel aangespoelde mannetjes afnam. We kunnen alleen gissen naar het achterliggende mechanisme.

      Naarmate de bruinvis weer algemener werd, vanaf het eind van de jaren 1980, nam het aandeel aangespoelde mannetjes opvallend genoeg weer toe. Sinds het jaar 2000 daalt het percentage mannetjes heel geleidelijk, van meer dan 60% net na 2000 tot onder de 50% in 2021 (figuur 2). Het aantal dieren waarop de percentages zijn gebaseerd bedraagt steeds 120 dieren of meer. Toch is niet duidelijk of deze afname reëel is. De indruk bestaat namelijk dat het aandeel vrouwtjes stelselmatig wordt onderschat.

       

      figuur 2. Percentage aangespoelde mannetjes bruinvis van 2001 tot en met 2021 (n=5157).

       

      Het seksen van een bruinvis is eenvoudig als je eenmaal een paar dieren van beide geslachten hebt gezien: bij het mannetje ligt de genitale spleet ver van de anus en ongeveer recht onder de rugvin, bij het vrouwtje ligt de genitale spleet veel dichter bij de anus – ongeveer tussen de rugvin en de staartvin. Bovendien zijn bij een vrouwtje aan weerszijden van de genitale spleet twee kleine spleetjes zichtbaar. Dit zijn de tepelspleten, met diep daarin verborgen de tepels (figuur 3). Soms moet je wel wat moeite doen om de tepelspleten te zien.

       

      figuur 3. Verschil tussen mannetje en vrouwtje bruinvis. Bij het vrouwtje ligt de geslachtsopening, of genitale spleet, dichtbij de anus, bij het mannetje ligt die ongeveer onder de rugvin.

       

      Een bruinvis heeft een lichaamstemperatuur die gelijk is aan die van mensen, dus ongeveer 37°C. Dankzij de speklaag is de isolatie uitstekend en ook bij een dode bruinvis blijft de warmte goed in het lichaam. Als het dier dood is, gaat het daarom snel rotten. Door vorming en ophoping van gassen wordt bij een mannetje vervolgens de penis uit de genitale spleet gedrukt. Dit gebeurt soms al binnen een dag. Als een bruinvisvinder een penis ziet, is de sekse natuurlijk gemakkelijk vast te stellen. Is er geen penis zichtbaar, dan is een vinder soms in twijfel en wordt er op het meldformulier geen melding van de sekse gemaakt. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat het aandeel mannetjes in de meldingen daarom oververtegenwoordigd is.

      Omdat vrijwel iedereen tegenwoordig een digitale camera heeft, bijvoorbeeld op de telefoon, gaan vrijwel alle meldingen tegenwoordig vergezeld van foto's. De toename in digitale foto's bij de bruinvisstrandingen is vooral sinds 2005 duidelijk. Als de vinder ook de buik op de foto heeft gezet, is het voor de databasebeheerder meestal mogelijk om de sekse alsnog vast te stellen. Veel ongesekste bruinvissen blijken vrouwtjes te zijn. Dit is dus een alternatieve verklaring waardoor het aandeel vrouwtjes langzaam is toegenomen. Helaas kunnen we van meldingen zonder foto nooit meer de sekse vaststellen of controleren. Het aanleveren van een foto waarop de buik zichtbaar is, is dus heel belangrijk, want dan kan altijd, ook in de verre toekomst, de sekse nog worden gecontroleerd.

      Hieronder staan enkele voorbeelden van foto’s waarop de bruinvissen niet te seksen zijn, en foto's waarbij dat wel mogelijk is.

      Twee voorbeelden van bruinvissen die vanaf een foto gemakkelijk gesekst hadden kunnen worden als ze even op hun kant waren gedraaid, maar waarbij dat niet is gebeurd.

       

      Verse bruinvis, op de kant gedraaid om te seksen en fotograferen. De navel en anus zijn met rode cirkels aangegeven. Duidelijk een mannetje, te zien aan de genitale spleet die tegen de navel aan ligt.

       

      Een voorbeeld van een rottende bruinvis waarbij de penis naar buiten is gedrukt door gasvorming in de buikholte. Bij alle lichaamsopeningen is de huid dunner en scheurt deze gemakkelijk. Dat is hier ook gebeurd bij de navel. Meeuwen 'weten' dit en beginnen vaak op dergelijke dunne plekken te pikken. Zo'n andere dunne plek is rond de ogen.

       

      Een bruinvis hoeft niet vers te zijn om hem te kunnen seksen, maar dit is wel een extreem voorbeeld. Van deze bruinvis is vrijwel niets over behalve de wervelkolom, een beetje huid rondom de staartwervels en .... de penis, hier aangegeven met de rode cirkel. Een penis bestaat voor een groot deel uit bindweefsel. Dat is taai en verteert veel moeilijker dan bijvoorbeeld huid en spierweefsel.

       

      Een schoolvoorbeeld van een vrouwtje. Doordat er zand in de krassen en lichaamsopeningen is blijven zitten, zijn zowel de genitale spleet als de tepelspleten erg goed zichtbaar. De anus, precies op de rand van het zand, is met moeite zichtbaar.

       

      Door gasvorming is de genitale spleet wat verder geopend en duidelijk zichtbaar. De melkklierspleten, aangegeven met twee rode cirkels aan weerszijden, zijn lastig zichtbaar. In de rode cirkel erachter is de anus zichtbaar. De twee donkere plekken midden op de buik geven misschien de positie van de navel aan, die eigenlijk niet te zien is. Bij een mannetje zou de genitale spleet daar net achter zitten.

       

      Naarmate een vrouwtje verder rot, ontstaat er een ondefinieerbare uitpuilende massa bij de genitale spleet. De melkklierspleten zijn niet meer zichtbaar. De navel is aangeduid met de rode cirkel. Bij een mannetje zou de genitale spleet daar direct achter zitten.

       

      Een gemeen geval. Door het 'roze object' ongeveer halverwege de buik zou je kunnen denken dat dit de penis is die uitpuilt. Dat is niet het geval, want verder naar achteren, in de rode cirkel, is de genitale spleet zichtbaar. Vanwege de plek daarvan is dit met zekerheid een vrouwtje. De uitpuilende roze massa zijn de ingewanden die op de plek van de navel naar buiten komen.

      Vindt u een aangespoelde bruinvis, meld het via het formulier op www.walvisstrandingen.nl. Het is mogelijk om foto’s aan te hechten, maar deze kunnen ook worden gemaild aan guido.keijl@naturalis.nl. Rol een bruinvis eventueel met uw voet om en maak meerdere foto’s. Zowel uw melding als uw foto’s worden zeer op prijs gesteld.