Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2021

    Nieuws 2021

    • maandoverzicht september 2021

      September begon waar augustus ophield. Na de hausse aan strandingen op de oostelijke Waddeneilanden, die rond 23 augustus was begonnen, kregen we daar begin september nog het staartje van mee. Op 1 september zijn nog 19 meldingen ontvangen, op 2 september 20 en op 4 september 9. Dit waren vrijwel alle 'nieuwe oude' kadavers, met andere woorden dieren die op die dag zijn gemeld, maar al lang dood waren, net als tijdens de piek van de strandingen op 28-30 augustus (zie figuur 2 in het maandoverzicht van augustus). Daarna was het 'terug naar normaal', met dagelijks 0 tot 5 kadavers tot het eind van de maand. Het totaal voor september 2021 komt uit op 104 bruinvissen. Uiteraard is dit ruim hoger dan het meerjarig gemiddelde van 63. Het is niet voor het eerst dat er in september zo veel bruinvissen zijn gestrand: in september 2011, 2012 en 2013 – daar zijn ze weer! – strandden respectievelijk 132, 108 en 99 dieren. Overigens waren de aantallen ook opvallend hoog in september 2014 met 84 en september 2018 met 79. Recente uitbijters naar beneden in de reeks waren september 2020 met 41 en september 2015 met 43.

      In het hele land ten zuiden van Texel zijn lage aantallen gestrand: in het Deltagebied maar 11 (waarvan 3 in de Westerschelde en 1 in de Oosterschelde), in Zuid-Holland 5, in Noord-Holland 5 en in het Waddengebied de overige 83. Van deze 83 lagen er 10 op Texel, 10 op Vlieland, 3 op Richel, 1 op Griend, 10 op Terschelling, 28 op Ameland, 7 op Engelsmanplaat, 6 op Schiermonnikoog, 1 op Rottumeroog, 1 aan de oostzijde van Den Helder en 6 aan de Friese wadkust. Opvallend is dat er op Rottumerplaat, dat in september wel is bezocht, geen dode bruinvissen meer zijn gemeld. In september dit jaar zijn geen andere walvissoorten gemeld, met uitzondering van het bekende kadaver van de dwergvinvis op Rottumerplaat, die daar op 25 november 2020 is gevonden.

      Dat de meldingen na 4 september ophielden is niet verwonderlijk als we kijken naar de windrichting: die was op 31 augustus nog noordelijk, maar draaide op 1 september naar zuidelijke richtingen (met uitzondering van 3 september, toen er nog eventjes een zwak noordelijk briesje stond) en bleef daar vervolgens de rest van de maand. Kadavers die eventueel nog in de buurt van de Waddenkust dobberden, zijn daarom misschien wel weer zeewaarts geblazen. Tot het eind van de maand zijn er nog bruinvissen gemeld die qua uiterlijk (groot, rot) en sekse (vrouw) pasten in de massastrandingen, maar het is niet in alle gevallen duidelijk of er nog nieuw aangespoelde dieren bij waren, of dat het om bijvoorbeeld lokaal door het water verplaatste kadavers ging. Bijgeleverde foto's waren vaak behulpzaam bij het bepalen hiervan. Zoals ook al in augustus was geconstateerd, was de seksesamenstelling scheef, maar andersom dan normaal: nu was 65% vrouw, normaal gesproken is dat in september 42%.

      Inmiddels zijn 22 bruinviskadavers afkomstig van de Waddeneilanden en behorend bij deze massastranding onderzocht in Utrecht. Er is weefsel op kweek gezet voor onderzoek naar ziekteverwekkers. Omdat dat, en de interpretatie ervan, nog enige tijd kan duren, is het nog niet duidelijk wanneer de resultaten bekend worden gemaakt.

    • maandoverzicht augustus 2021

      In het rijtje 'maanden om nooit meer te vergeten' schrijven we ook augustus 2021 bij. Het maandgemiddelde van aangespoelde bruinvissen berekend over 2006 tot en met 2020 ligt op 75 (zwarte lijn in figuur 1). Zoals bekend wordt dit sterk omhooggetrokken door augustus 2011, toen er 211 bruinvissen (geen tikfout) zijn geregistreerd. Zonder augustus 2011 ligt het meerjarig gemiddelde op 66. In augustus 2021 is dit aantal verpulverd: deze maand zijn er maar liefst 254 dode bruinvissen gemeld.

      figuur 1. Aantal in augustus aangespoelde walvissen in Nederland. De zwarte lijn geeft het gemiddelde (75) aan over 2006-2020.

      Begin augustus stond de teller voor dit jaar op 254 dieren, op vier na alleen bruinvissen. Het in 2021 hoogste aantal op een dag gemelde exemplaren was tot dan toe 8, op 19 juli. Ook tot en met 22 augustus verliep de maand voor een gemiddelde augustus behoorlijk rustig, met op 20 van de 22 dagen een of enkele meldingen verspreid langs de hele kust (figuur 2). Op 23 augustus kwam er daarom een ietwat onbehaaglijk gevoel naar boven toen er alleen al op deze dag 12 meldingen werden gedaan. Bovendien kwamen 11 van de 12 uit het gebied tussen Vlieland tot Schiermonnikoog. De dagen erna bleek het onbehaaglijke gevoel terecht, want het ging op de oostelijke Waddeneilanden volledig 'los': van 23 tot en met 31 augustus zijn vooral daar, maar ook elders in het Waddengebied, 190 strandingen geregistreerd. Niet geheel toevallig draaide de wind op 22 augustus van westelijke richtingen naar noord en bleef hij daar tot het eind van de maand. De windkracht was meestal matig, maar er is aan de kust ook windkracht 6 gemeten en op zee tot windkracht 7.

      figuur 2. Dagelijks aantal aangespoelde walvissen in heel Nederland in augustus 2021.

      De strandingen waren deze maand als volgt over het land verdeeld: Deltagebied 16 (waarvan 3 in de Oosterschelde en 4 in de Westerschelde), Zuid-Holland 9, Noord-Holland 14 en Waddengebied 214. Van deze 214 lagen er 19 op Texel, 25 op Vlieland, 58 op Terschelling, 63 op Ameland, 32 op Schiermonnikoog, 2 op Rottumerplaat en 1 op Richel (bij Engelsmanplaat). Een aantal kadavers heeft de eilanden 'gemist' en is de Waddenzee in gedobberd. Deze dieren zijn aangespoeld bij Den Helder (2), Friese kust (7) en Groningse kust (6). Van de Afsluitdijk zijn geen meldingen ontvangen, maar het lijkt onvoorstelbaar dat daar geen bruinvissen zouden zijn aangespoeld en hetzelfde geldt voor overige delen van de Waddenkust. Een deel van de dode bruinvissen is vast (nog) niet aangespoeld maar ergens in de Waddenzee blijven steken.

      De aantallen gemelde aangespoelde bruinvissen op de eilanden zijn altijd grillig. Dit zal deels samenhangen met het aantal bezoekers, dat op zijn beurt wordt beïnvloed door het weer en vakantietijden, maar ook met de lokale omstandigheden. Zo is het strand van Schiermonnikoog heel breed en onoverzichtelijk, terwijl het op Ameland veel smaller is. De uiteinden van de eilanden zijn vaak uitgestrekt, op Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog zijn dit de oostpunten, op Vlieland juist de westpunt. Om te kijken hoe breed het front van aanspoelende bruinvissen is geweest, is nagegaan welk aandeel in een 'normaal' jaar in augustus aanspoelt, en dat dan per eiland. Het levert een chaotische grafiek op (figuur 3), maar goed te zien is dat voor bijna alle eilanden het aandeel voor 2021 hoger is dan anders. Ook is te zien dat voor elke regel een uitzondering is. Voor Vlieland was het aandeel voor augustus 2008 iets hoger dan dit jaar, voor Texel was dat in augustus 2011 het geval.

      Op de bewoonde Waddeneilanden loopt het aantal in augustus gestrande bruinvissen ten opzichte van het jaartotaal uiteen van 9% tot 24%. Op Texel is dit 24%, op Vlieland 15%, op Terschelling 13%, op Ameland 9% en op Schiermonnikoog 9% (figuur 3). Het verloopt dus van west naar oost. Om de cijfers vergelijkbaar te houden zijn de aantallen voor alle eilanden van september tot en met december weggelaten.

      figuur 3. Percentage in augustus aangespoelde bruinvissen per jaar ten opzichte van het jaartotaal voor elk bewoond Waddeneiland.

      In augustus dit jaar was het aantal dieren op Texel bijna twee keer hoger dan gemiddeld (40% tegen 24%), op Vlieland ruim drie keer (50% tegen 15%), op Terschelling bijna zes keer (78% tegen 13%), op Ameland acht keer (76% tegen 9%) en op Schiermonnikoog negen keer (67% tegen 9%). De 'golf' was daarmee ongeveer 100 kilometer breed. Ook op Rottumerplaat en Rottumeroog zijn dode bruinvissen gemeld, maar slechts enkele. Er is bij de Duitse collega's gevraagd of daar ook meer bruinvissen aanspoelden dan anders, maar dat was niet het geval. De golf hield dus abrupt op bij Schiermonnikoog.

      Met vereende krachten is op de eilanden alles in het werk gesteld om overzicht van deze massastranding te krijgen. Veel dieren zijn van het strand gehaald en er zijn voor Nederland unieke foto's gemaakt van stapels dode bruinvissen. Vijfentwintig dieren zijn verzameld voor onderzoek aan de Universiteit van Utrecht. Het was vanzelfsprekend geen fijn werkje om bij aangename zomertemperaturen de hele dag de rotte en uiteenvallende bruinviskadavers een voor een in een zak te stoppen. Met speciaal vervoer (de reguliere veerdiensten weigerden de rotte dieren te vervoeren) zijn de kadavers naar de wal en vervolgens naar Utrecht vervoerd. Daar zullen ze eind september op doodsoorzaken worden onderzocht.

      Elf rotte bruinvissen (en een gewone zeehond) op Ameland, 28 augustus 2021. De jonge zilvermeeuw is zojuist begonnen aan een ambitieus project. Foto: Rob Knoeff

      Zoals al in het bericht hieronder is gemeld, waren alle dieren rot en zijn ze dus niet vlakbij de kust doodgegaan. Van 120 dieren is de sekse bekend: 55 mannetjes en 65 vrouwtjes. In andere jaren is in augustus bijna 61% man. Dit jaar is de verhouding dus de andere kant op scheefgetrokken, want het percentage mannetjes is nog maar 46%. Waarom de sterfte vooral vrouwtjes heeft getroffen is nog onduidelijk, maar het idee dringt zich op dat het iets met voortplanting te maken heeft. Mei tot juli is voor bruinvissen de periode waarin de jongen worden geboren; direct erna volgt de paartijd. Of de vrouwtjes in de periode dat ze de jongen zogen op andere plekken in zee verblijven dan de mannetjes is niet bekend, omdat de dieren in het veld niet te seksen zijn.

      figuur 4. Aantal aangespoelde bruinvissen van Texel tot en met Rottumeroog, inclusief de overige eilanden in Waddenzee en de Waddenzeekust van Noord-Holland, Afsluitdijk, Friesland en Groningen. De blauwe lijn geeft het gemiddelde over de periode 2006-2020, de oranje staven de aantallen voor 2021. De grafiek is bijgewerkt tot en met 10 september.

      Het duurde even om alle meldingen zodanig te verwerken dat er geen dubbele in de database zouden terechtkomen. Nu dat is gebeurd hebben we een indruk van de omvang van deze bijzondere gebeurtenis. In figuur 4 staan de in het Nederlandse Waddengebied aangespoelde bruinvissen per maand. Normaal gesproken zijn maart en juli dé maanden om daar een dode bruinvis aan te treffen, maar in 2021 is dat duidelijk anders. Iedereen is erg benieuwd of het onderzoek aan de verzamelde bruinvissen resultaten gaat opleveren. Te zijner tijd zal erover worden bericht. Houdt daarom deze website en die van de Universiteit van Utrecht in de gaten.

    • omvangrijke stranding van bruinvissen op de Waddeneilanden

      Sinds maandag 23 augustus begon het aantal meldingen van dode bruinvissen op de Waddeneilanden te stijgen. Op zich is dit niks bijzonders. De wind was naar het noorden gedraaid en bovendien is de periode juli-september de tijd waarin er altijd verhoogde sterfte wordt gerapporteerd. Het aantal meldingen begon nu echter wel heel flink op te lopen. Op moment van schrijven van dit stukje is het zaterdag 27 augustus en zijn er 33 bruinvissen ingevoerd, maar het overzicht is nog niet compleet.

      De hoge aantallen treffen vooral de oostelijke Waddeneilanden, van Vlieland tot en met Schiermonnikoog. Eveneens opvallend is dat het vooral rotte volwassen vrouwtjes zijn die op het strand worden gevonden. Jongen en mannetjes zitten er op dit moment nagenoeg niet tussen.

      Landelijk gezien zijn de aantallen bruinvissen dit jaar laag. Van januari tot en met juli lag vrijwel elke maand het aantal onder het meerjarig gemiddelde. We lijken in augustus 2021 echter bezig met een 'inhaalslag'. Landelijk gezien, en gerekend vanaf 2006, zijn er tot en met eind augustus gemiddeld 405 bruinvissen aangespoeld. Hier zitten jaren met 'topaantallen' bij, zoals 2011 en 2013, die het gemiddelde sterk omhoog trekken en uiteraard ook daljaren zoals 2015, met opvallend weinig aangespoelde bruinvissen. Dit jaar is de stand 341, maar de maand is nog niet ten einde en de strandingen zijn nog niet allemaal verwerkt.

      Gemiddeld is het aantal bruinvissen dat in juli en augustus samen strandt ruim een kwart (27%) van het jaartotaal (figuur 1). Dit jaar ligt dat met 45% weliswaar hoger, maar het is in de afgelopen jaren nog wel hoger geweest. Nog steeds niks om van te schrikken dus.

      figuur 1. Aandeel (%) per jaar in juli en augustus gestrande bruinvissen ten opzichte van het jaartotaal voor het hele land. Om een vergelijking met 2021 te kunnen maken, zijn voor alle jaren alleen de aantallen tot en met 31 augustus meegenomen. De lijn geeft het gemiddelde over 2006-2020.

      Voor de oostelijke Waddenzee, van Vlieland tot en met Rottumeroog, is het aandeel bruinvissen dat uitsluitend in juli-augustus strandt een vijfde van het jaartotaal (de zwarte lijn in figuur 2). Dit jaar zijn er in de oostelijke Waddenzee, van Vlieland tot en met Rottumeroog, 133 bruinvissen gemeld. Dat betekent dat we op 27 augustus dit jaar al op 54% zitten van het jaartotaal zitten, oftewel 115% van het gemiddelde. Het zijn er dus écht veel!

      figuur 2. Aandeel (%) per jaar in juli en augustus gestrande bruinvissen ten opzichte van het jaartotaal voor de regio van Vlieland tot en met Rottumeroog inclusief de Waddenzee. Om een goede vergelijking met 2021 te kunnen maken, zijn voor alle jaren alleen de aantallen tot en met 31 augustus meegenomen. De lijn geeft het gemiddelde over 2006-2020.

      De berichten van vandaag lijken nog niet op een afname van strandingen te wijzen. Op dit moment wordt met vereende krachten door zowel vrijwilligers als gemeentes getracht een aantal bruinvissen te verzamelen voor onderzoek, in de hoop te achterhalen of er een bijzondere oorzaak aan de sterfte ten grondslag ligt. Het is betrekkelijk koel weer, maar de rotte bruinvissen maken het niet direct een aangenaam klusje. Aan alle strandbezoekers blijft natuurlijk de vraag om dode bruinvissen in het hele land gewoon te blijven melden, via de website walvisstrandingen.nl of via waarneming.nl. Maak foto's van de gevonden dieren, bij voorkeur van beide zijden én van de boven- en onderkant. Als de bruinvis niet al te rot is even met de voet omrollen dus voor het beste resultaat. Uw meldingen worden zeer gewaardeerd.

    • Maandoverzicht juli 2021

      Het is weer juli geweest en geheel volgens schema zijn de strandingen weer de pan uitgerezen. Er zijn 62 meldingen geweest: 61 bruinvissen en 1 gewone vinvis. De gewone vinvis is gemeld op 27 juli bij Terneuzen.

      Deze vinvis past in de reeks van gewone vinvissen die sinds 2000 in de zomer door grote schepen op de bulb worden aangevoerd. Zie voor een fraaie foto voor een voorbeeld hiervan de stranding van 9 november 2015. Voor 1900 zijn er in ons land strandingen van 15 gewone vinvissen bekend, tussen 1900-2000 11, in de laatste eenentwintig jaar al 16. Er is dus een stijgende lijn zichtbaar en dat lijkt niet iets om vrolijk van te worden. Van de vinvisstrandingen waar meer over bekend is, weten we dat ze zijn aangevaren door een schip. De meeste vinvissen waren in goede conditie en zijn waarschijnlijk om het leven gekomen als gevolg van die aanvaring. Dit laatste geldt waarschijnlijk ook voor de vinvis van Terneuzen van dit jaar, hoewel het onderzoek naar de doodsoorzaak op moment van schrijven nog loopt.

      Sommigen zien de toename in aangevoerde vinvissen als signaal van een positieve ontwikkeling: het feit dat er meer worden aangevaren kan je als teken zien dat er ook meer zijn. Je kan het ook anders zien. In de nazomer verzamelen gewone vinvissen zich in de Golf van Biskaje, waar het dan kennelijk goed toeven is. Als ze zich daar volvreten voor een belangrijke levensfase, bijvoorbeeld de trek of de paringsperiode, zouden ze met rust moeten worden gelaten. Het is bekend dat foeragerende walvissen, net als alle dieren die aan het eten zijn, hun volle aandacht bij de maaltijd hebben en niet bij hun omgeving. Blijkbaar horen ze de overigens zeer luidruchtige schepen dan niet aankomen, of besteden ze er geen aandacht aan.

      Er is behalve een toename ook een verandering in de timing van gewone vinvissen op de Nederlandse kust (zie de figuur). Tot 2000 (blauwe lijn) kwam 31% in de maanden oktober-februari op de kust, sinds 2000 (rode lijn) was dat slechts 12%. Voor 2000 verscheen in de maanden juni-augustus maar 7% op onze kust, na 2000 was dat maar liefst 21%, een verdrievoudiging dus. Voor 1900 waren de schepen vast niet snel genoeg om een vinvis aan te varen, maar na 1950 waren ze dat wel. Waarom het dan nog een halve eeuw heeft geduurd voordat er enige regelmaat in het aanvaren kwam, blijft onduidelijk. Misschien zijn er inderdaad plotseling meer vinvissen in de Golf van Biskaje, maar omdat ze zich verre van snel voortplanten kan dat niet een plotselinge toename in de populatie verklaren. Alternatieve verklaringen zijn dan verandering in de voedselsituatie, meer schepen, stillere schepen, snellere schepen, andere routes? Allemaal vragen waarop we het antwoord niet weten, maar voor het voorkomen van aanvaringen wel van belang om te weten.

      Voor bruinvissen was juli een maand 'beneden normaal'. Gemiddeld strandden er tussen 2006-2020 in juli 78 bruinvissen, dit jaar waren het er 62. Piekjaren waren bijvoorbeeld 2012 met 130 en vorig jaar met 121. Uitbijter 2015, een jaar met een afwijkend laag aantal bruinvissen, deed in juli nog aardig mee met 59 strandingen.

      De Delta had dit jaar in juli met slechts 8 bruinvissen (waarvan twee in de Oosterschelde) opvallend weinig strandingen. In Zuid-Holland was het juist erg druk met 18, Noord-Holland weer rustig met 6 en de Waddeneilanden weer druk met 29 (Texel 5, Vlieland 7, Terschelling 6, Ameland 6, Schiermonnikoog 2, Rottumeroog 2 en de Friese vastelandskust 1). Juli 2021 past wel in de trend van opnieuw minder bruinvissen dan voorheen. We kunnen vooralsnog alleen gissen naar de oorzaak, of oorzaken, maar een ding is zeker: aan het hete zomerweer heeft het dit jaar niet gelegen.

    • Maandoverzicht juni 2021

      De 'sprong omhoog' in de strandingen van afgelopen april en mei lijkt weer voorbij, hoewel het junitotaal van 47 bruinvissen dit jaar toch vrijwel gelijk is aan het meerjarig junigemiddelde van 48. Sinds 2006 waren er vier junimaanden met een aantal dat sterk afweek van het gemiddelde. Juni 2013 springt er met 95 strandingen ver bovenuit, terwijl juni 2007 er ver onder lag met 16. In recentere jaren was vooral juni 2015 afwijkend met slechts 29 strandingen. Meestal stranden er in juni iets meer bruinvissen dan in mei. Dit jaar is dat andersom, want het meitotaal van dit jaar staat op 50. Er zijn in juni opnieuw geen andere soorten gemeld dan bruinvis.

      Er waren vrijwel dagelijks strandingen. Alleen na de 26e, toen de wind naar de noordoosthoek was gedraaid, viel een 'gaatje' van een paar dagen.

      Het getal van de maand was 7: in de Delta zijn 7 bruinvissen gemeld (waarvan 1 in de Oosterschelde), langs zowel de Zuid-Hollandse als de Noord-Hollandse kust eveneens 7 en in het Waddengebied 26 (Texel slechts 1, Vlieland 7, Terschelling 4, Ameland 7, Schiermonnikoog 6, vastelandskust van Friesland 1). Opnieuw waren er veel jongen onder de gestrande dieren. Er zijn twee bruinvissen levend gestrand, beide in Zeeland, en geen van tweeën heeft het overleefd.

      Omdat er afgezien van een potvis in januari en een dwergvinvis in april geen bijzondere soorten zijn gestrand dit jaar, zou je kunnen veronderstellen dat 2021 wat soorten betreft saai gaat worden. Van de veertien soorten die sinds 2000 zijn gevonden, of twintig als ook de ongedetermineerde dolfijnen/walvissen worden meegeteld, strandde precies de helft vooral in de eerste helft van het jaar. Kansen genoeg dus om dit jaar nog een bijzondere soort op het strand te vinden.

    • maandoverzicht mei 2021

      Wat is nog normaal? Normaal – het gemiddelde gemeten over de afgelopen vijftien jaar – daalt het aantal bruinvissen in mei ten opzichte van dat in april om, zoals vorige maand ook al is geschreven, in juni weer te stijgen. Dit keer steeg het in april al ten opzichte van maart, en steeg het in mei verder. Deze maand zijn namelijk 51 dode bruinvissen gemeld, op een (snor)haartje na een verdubbeling van het apriltotaal. Dit aantal wijkt sterk af van het meigemiddelde, dat op 39 ligt. Jaren met zeer hoge aantallen in mei waren 2006 met 60, 2013 met 121 en 2013 met 50. Mei 2021 komt met het hoge aantal van 51 exemplaren dus op de derde plaats.

      In mei dit jaar zijn het Deltagebied 12 bruinvissen gemeld (waarvan 3 in de Oosterschelde), langs de Zuid-Hollandse kust 10, langs de Noord-Hollandse kust 8 en in het Waddengebied 20 (5 op Texel, 2 op Vlieland, 2 op Terschelling, 2 op Ameland, 8 op Schiermonnikoog en 1 op de vastelandskust). Hoewel alle gebieden dus een stijging ten opzichte van vorige maand lieten zien, zat in het Waddengebied de échte stijging, want ten opzichte van april is het aantal hier bijna verdubbeld. Het aandeel mannetjes was met 72% opvallend hoog; in april was dit 50%.

      Het hoge aantal is deels toe te schrijven aan de harde aanlandige wind, maar ook aan het aangebroken geboorteseizoen, want 12 van de bruinvissen waar meer over bekend is waren jongen. Sommimge waren nog maar net geboren en waren als zodanig herkenbaar aan een of meerdere snorharen. De snorharen vallen meestal spoedig na de geboorte uit. Het 'venijn zat ook in de staart', want in de laatste vier dagen van de maand is een kwart van alle dieren gestrand. Hiervan lagen er 2 op Vlieland, 2 op Terschelling, en maar liefst 6 op Schiermonnikoog. De meerderheid betrof jongen. Het betekent dat bruinvissen in de buurt hun jongen werpen, wat op zich een heugelijk feit is. Of het aantal jongen dat omkomt zorgelijk is, weten we niet. Een aantal is verzameld voor onderzoek, dus hopelijk komen we hier meer over te weten.

      Een apart geval was de bruinvis die op 31 mei strandde in Elburg, in het Drontermeer dus, een van de randmeren die Flevoland scheiden van de vastelandskust. De vraag dringt zich op of dit dier met een vissersboot is meegekomen en in de buurt van de haven overboord is gekieperd, of dat hij op eigen kracht via een sluis het IJsselmeer of Markermeer is binnengekomen. Het dier is bewaard gebleven, dus hopelijk brengt onderzoek uitkomst. De laatste keer dat een bruinvis in binnenwater is terechtgekomen was in augustus 2016, toen een bruinvis bij Den Helder in het Noord-Hollands Kanaal is verzeild geraakt. De vorige keer dat een zeezoogdier bij Elburg is gemeld is bijna negentig jaar geleden, namelijk op 11 maart 1912.

    • maandoverzicht april 2021

      In april 2021 zijn vrijwel evenveel walvissen gestrand als in maart, namelijk 26. Normaal gesproken daalt in april het aantal aangespoelde dieren ten opzicht van maart, en daalt het in mei nog verder, om pas in juni weer toe te nemen. Het aantal lag ruim onder het meerjarig gemiddelde van 40, dat veroorzaakt is door de uitschieter van 111 bruinvissen in april 2013.

      Tussen de Belgische grens en de Maasvlakte zijn dit keer 9 bruinvissen gemeld (waarvan maar liefst 4 in de Oosterschelde), van Hoek van Holland tot IJmuiden slechts 2, van IJmuiden tot Den Helder 4 en in het waddengebied 11 (hiervan 5 op Texel, 1 op Vlieland, 2 op Ameland, 2 op Engelsmanplaat en 1 bij Holwerd). Op 29 april is het eerste jong van dit jaar gemeld. Zij (het was een vrouwtje) lag bij Cadzand. Ze is niet opgemeten, maar aan de proporties is te zien dat het een te vroeg geboren jong betreft.

      Naast de bruinvissen, en dus bijzonder, was het rotte kadaver van een dwergvinvis op de Razende Bol. De dwergvinvis is een van de algemenere zeldzame walvissen in Nederland en de talrijkste baleinwalvis: de database heeft 48 waarnemingen van deze soort, tegen 54 van de andere soorten tezamen. Een aantal botten van deze walvis is verzameld door Ecomare voor nader onderzoek.

    • maandoverzicht maart 2021

      Na de normaal gesproken lage aantallen in december, januari en februari stijgen de aantallen aangespoelde bruinvissen in maart meestal weer. In maart 2019 en 2020 was dat niet het geval, maar dit jaar wel, hoewel het verschil met afgelopen maanden (januari 19 bruinvissen, februari 17 bruinvissen) klein is. Er zijn deze maand 25 aangespoelde dieren gemeld, uitsluitend bruinvissen. Gemiddeld spoelen er in maart 54 dieren aan. Dit hoge gemiddelde wordt vooral veroorzaakt door de recordaantallen van 2006 (100), 2012-2014 (73, 111 en 82) en 2016 (83).

      In maart 2021 was de Delta erg karig bedeeld met aangespoelde bruinvissen, want er zijn er maar 5 gemeld (waarvan 2 in de Oosterschelde). Langs de Zuid-Hollandse kust zijn er 5 gestrand, langs de Noord-Hollandse kust 4 en op de Waddeneilanden 11 (Texel 2, Vlieland 5, Terschelling 2 en Ameland 2).

      De piekaantallen in maart van jaren geleden werden voor een groot deel veroorzaakt door slachtoffers van grijze zeehonden, met name in de buurt van Ouddorp, waar er bijvoorbeeld alleen al in maart 2013 liefst 49 zijn gevonden. Het is gissen waarom er tegenwoordig bij Ouddorp minder bruinvissen aanspoelen. Misschien zijn de lokale voedselomstandigheden voor bruinvissen verslechterd, waardoor er minder zijn en grijze zeehonden er minder succesvol op kunnen jagen. Misschien zijn de omstandigheden elders beter, waardoor er zich bij Ouddorp gewoon minder bruinvissen ophouden. Aan de grijze zeehonden zal het niet liggen, want die komen er talrijk voor.

    • maandoverzicht februari 2021

      In februari zijn 17 gestrande bruinvissen gemeld. Dat is ruim onder het meerjarig gemiddelde, dat op 37 ligt. Vooral in de jaren 2012 en 2013 waren de aantallen in februari erg hoog, met meer dan 50 strandingen. Alleen in februari 2015 was het aantal vergelijkbaar laag (namelijk 18). Om in de jaren daarvoor een dergelijk laag aantal tegen te komen moeten we terug naar 2004, toen er 12 zijn gemeld.

      In het Deltagebied zijn deze maand slechts 3 bruinvissen gestrand, langs de Zuid-Hollandse kust ook 3, in Noord-Holland zelfs maar 2. Het Waddengebied was in februari 'the place to be' als je een bruinvis op het strand wilde tegenkomen, met name Texel, want daar zijn deze maand maar liefst 6 bruinvissen gevonden. Twee hiervan zijn levend gestrand. De ene is na een gezondheidscheck weer op zee losgelaten, de andere is overleden. Daarnaast zijn er bruinvissen gevonden op Terschelling (1), Schiermonnikoog (1) en op de Friese vastelandskust (1). Behalve de twee levende op Texel is er ook een levende bruinvis gestrand bij Kijkduin. Andere bijzonderheden zijn er niet gemeld.

    • Jaaroverzicht 2020 online

      Het jaaroverzicht van de walvisstrandingen 2020 staat online. Het is hier in te zien.

    • maandoverzicht januari 2021

      In januari 2021 zijn 18 bruinvissen en 1 potvis gestrand. Hiermee wordt de zaagtandgrafiek wat bruinvissen in januari betreft weer doorgezet. Januari 2015 liet met slechts 20 exemplaren een dal zien sinds 2009. Daarna waren de januaritotalen weer wat hoger tot en met 2020, met een heuse uitschieter van 51 in januari 2019. Het januarigemiddelde sinds 2006 is 35. Januari 2021 telde dus precies de helft van januari vorig jaar. Met dit aantal zitten we dus nog iets onder het januaritotaal van 2015. Verder terug in de tijd was januari 2008, met in totaal 9 bruinvissen, nog lager.

      Uit de Delta zijn deze maand 7 meldingen ontvangen, van de Zuid-Hollandse kust 6, Noord-Hollandse kust 3 en uit het waddengebied 3. Er zijn 2 bruinvissen levend gestrand; geen van beide heeft het overleefd. Bijzondere stranding was die van een foetus van een bruinvis van 30 centimeter lengte bij Noordwijk.

      Op 7 januari werden we weer verrast door een potvis. Zoals wel vaker gebeurt, is ook dit mannetje levend aan wal geraakt en onder zijn eigen gewicht bezweken. In de maag zat een flinke hoeveelheid inktviskaakjes en resten van enkele schrikbarend grote zeeduivels.

      In totaal zijn er nu 81-84 potvissen in ons land gestrand; hierbij zitten enkele botvondsten. We hebben net twee potvisloze jaren achter de rug, maar in 2016 was het echt raak en strandden er 6 tegelijk op Texel. Dat was de grootste stranding ooit in Nederland, want veel vaker gaat het om 1 exemplaar. Toch staat juist potvis bekend om zijn massastrandingen en ook in Nederland hebben we er wel vaker meerdere tegelijk gehad: 2 op Richel op 2 november 2004, 4 op Ameland op 28 november 1997, 3 bij Den Haag op 12 januari 1995. De volgende massastranding terug in de tijd was van 2 op Vlieland op 18 januari 1762.

      Januari is dé maand om op het strand tegen een potvis aan te blunderen, want in deze maand vindt bijna 40% van de strandingen plaats. Maand nummer twee in de rij is november, met 15% van de strandingen. Drie kwart van de potvissen in ons land strandt in de periode november-februari, maar in bijna alle andere maanden zijn ook potvissen gevonden. Augustus blijft vooralsnog de enige potvisloze maand in Nederland.