Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2021

    Nieuws 2021

    • Maandoverzicht juni 2021

      De 'sprong omhoog' in de strandingen van afgelopen april en mei lijkt weer voorbij, hoewel het junitotaal van 47 bruinvissen dit jaar toch vrijwel gelijk is aan het meerjarig junigemiddelde van 48. Sinds 2006 waren er vier junimaanden met een aantal dat sterk afweek van het gemiddelde. Juni 2013 springt er met 95 strandingen ver bovenuit, terwijl juni 2007 er ver onder lag met 16. In recentere jaren was vooral juni 2015 afwijkend met slechts 29 strandingen. Meestal stranden er in juni iets meer bruinvissen dan in mei. Dit jaar is dat andersom, want het meitotaal van dit jaar staat op 50. Er zijn in juni opnieuw geen andere soorten gemeld dan bruinvis.

      Er waren vrijwel dagelijks strandingen. Alleen na de 26e, toen de wind naar de noordoosthoek was gedraaid, viel een 'gaatje' van een paar dagen.

      Het getal van de maand was 7: in de Delta zijn 7 bruinvissen gemeld (waarvan 1 in de Oosterschelde), langs zowel de Zuid-Hollandse als de Noord-Hollandse kust eveneens 7 en in het Waddengebied 26 (Texel slechts 1, Vlieland 7, Terschelling 4, Ameland 7, Schiermonnikoog 6, vastelandskust van Friesland 1). Opnieuw waren er veel jongen onder de gestrande dieren. Er zijn twee bruinvissen levend gestrand, beide in Zeeland, en geen van tweeën heeft het overleefd.

      Omdat er afgezien van een potvis in januari en een dwergvinvis in april geen bijzondere soorten zijn gestrand dit jaar, zou je kunnen veronderstellen dat 2021 wat soorten betreft saai gaat worden. Van de veertien soorten die sinds 2000 zijn gevonden, of twintig als ook de ongedetermineerde dolfijnen/walvissen worden meegeteld, strandde precies de helft vooral in de eerste helft van het jaar. Kansen genoeg dus om dit jaar nog een bijzondere soort op het strand te vinden.

    • maandoverzicht mei 2021

      Wat is nog normaal? Normaal – het gemiddelde gemeten over de afgelopen vijftien jaar – daalt het aantal bruinvissen in mei ten opzichte van dat in april om, zoals vorige maand ook al is geschreven, in juni weer te stijgen. Dit keer steeg het in april al ten opzichte van maart, en steeg het in mei verder. Deze maand zijn namelijk 51 dode bruinvissen gemeld, op een (snor)haartje na een verdubbeling van het apriltotaal. Dit aantal wijkt sterk af van het meigemiddelde, dat op 39 ligt. Jaren met zeer hoge aantallen in mei waren 2006 met 60, 2013 met 121 en 2013 met 50. Mei 2021 komt met het hoge aantal van 51 exemplaren dus op de derde plaats.

      In mei dit jaar zijn het Deltagebied 12 bruinvissen gemeld (waarvan 3 in de Oosterschelde), langs de Zuid-Hollandse kust 10, langs de Noord-Hollandse kust 8 en in het Waddengebied 20 (5 op Texel, 2 op Vlieland, 2 op Terschelling, 2 op Ameland, 8 op Schiermonnikoog en 1 op de vastelandskust). Hoewel alle gebieden dus een stijging ten opzichte van vorige maand lieten zien, zat in het Waddengebied de échte stijging, want ten opzichte van april is het aantal hier bijna verdubbeld. Het aandeel mannetjes was met 72% opvallend hoog; in april was dit 50%.

      Het hoge aantal is deels toe te schrijven aan de harde aanlandige wind, maar ook aan het aangebroken geboorteseizoen, want 12 van de bruinvissen waar meer over bekend is waren jongen. Sommimge waren nog maar net geboren en waren als zodanig herkenbaar aan een of meerdere snorharen. De snorharen vallen meestal spoedig na de geboorte uit. Het 'venijn zat ook in de staart', want in de laatste vier dagen van de maand is een kwart van alle dieren gestrand. Hiervan lagen er 2 op Vlieland, 2 op Terschelling, en maar liefst 6 op Schiermonnikoog. De meerderheid betrof jongen. Het betekent dat bruinvissen in de buurt hun jongen werpen, wat op zich een heugelijk feit is. Of het aantal jongen dat omkomt zorgelijk is, weten we niet. Een aantal is verzameld voor onderzoek, dus hopelijk komen we hier meer over te weten.

      Een apart geval was de bruinvis die op 31 mei strandde in Elburg, in het Drontermeer dus, een van de randmeren die Flevoland scheiden van de vastelandskust. De vraag dringt zich op of dit dier met een vissersboot is meegekomen en in de buurt van de haven overboord is gekieperd, of dat hij op eigen kracht via een sluis het IJsselmeer of Markermeer is binnengekomen. Het dier is bewaard gebleven, dus hopelijk brengt onderzoek uitkomst. De laatste keer dat een bruinvis in binnenwater is terechtgekomen was in augustus 2016, toen een bruinvis bij Den Helder in het Noord-Hollands Kanaal is verzeild geraakt. De vorige keer dat een zeezoogdier bij Elburg is gemeld is bijna negentig jaar geleden, namelijk op 11 maart 1912.

    • maandoverzicht april 2021

      In april 2021 zijn vrijwel evenveel walvissen gestrand als in maart, namelijk 26. Normaal gesproken daalt in april het aantal aangespoelde dieren ten opzicht van maart, en daalt het in mei nog verder, om pas in juni weer toe te nemen. Het aantal lag ruim onder het meerjarig gemiddelde van 40, dat veroorzaakt is door de uitschieter van 111 bruinvissen in april 2013.

      Tussen de Belgische grens en de Maasvlakte zijn dit keer 9 bruinvissen gemeld (waarvan maar liefst 4 in de Oosterschelde), van Hoek van Holland tot IJmuiden slechts 2, van IJmuiden tot Den Helder 4 en in het waddengebied 11 (hiervan 5 op Texel, 1 op Vlieland, 2 op Ameland, 2 op Engelsmanplaat en 1 bij Holwerd). Op 29 april is het eerste jong van dit jaar gemeld. Zij (het was een vrouwtje) lag bij Cadzand. Ze is niet opgemeten, maar aan de proporties is te zien dat het een te vroeg geboren jong betreft.

      Naast de bruinvissen, en dus bijzonder, was het rotte kadaver van een dwergvinvis op de Razende Bol. De dwergvinvis is een van de algemenere zeldzame walvissen in Nederland en de talrijkste baleinwalvis: de database heeft 48 waarnemingen van deze soort, tegen 54 van de andere soorten tezamen. Een aantal botten van deze walvis is verzameld door Ecomare voor nader onderzoek.

    • maandoverzicht maart 2021

      Na de normaal gesproken lage aantallen in december, januari en februari stijgen de aantallen aangespoelde bruinvissen in maart meestal weer. In maart 2019 en 2020 was dat niet het geval, maar dit jaar wel, hoewel het verschil met afgelopen maanden (januari 19 bruinvissen, februari 17 bruinvissen) klein is. Er zijn deze maand 25 aangespoelde dieren gemeld, uitsluitend bruinvissen. Gemiddeld spoelen er in maart 54 dieren aan. Dit hoge gemiddelde wordt vooral veroorzaakt door de recordaantallen van 2006 (100), 2012-2014 (73, 111 en 82) en 2016 (83).

      In maart 2021 was de Delta erg karig bedeeld met aangespoelde bruinvissen, want er zijn er maar 5 gemeld (waarvan 2 in de Oosterschelde). Langs de Zuid-Hollandse kust zijn er 5 gestrand, langs de Noord-Hollandse kust 4 en op de Waddeneilanden 11 (Texel 2, Vlieland 5, Terschelling 2 en Ameland 2).

      De piekaantallen in maart van jaren geleden werden voor een groot deel veroorzaakt door slachtoffers van grijze zeehonden, met name in de buurt van Ouddorp, waar er bijvoorbeeld alleen al in maart 2013 liefst 49 zijn gevonden. Het is gissen waarom er tegenwoordig bij Ouddorp minder bruinvissen aanspoelen. Misschien zijn de lokale voedselomstandigheden voor bruinvissen verslechterd, waardoor er minder zijn en grijze zeehonden er minder succesvol op kunnen jagen. Misschien zijn de omstandigheden elders beter, waardoor er zich bij Ouddorp gewoon minder bruinvissen ophouden. Aan de grijze zeehonden zal het niet liggen, want die komen er talrijk voor.

    • maandoverzicht februari 2021

      In februari zijn 17 gestrande bruinvissen gemeld. Dat is ruim onder het meerjarig gemiddelde, dat op 37 ligt. Vooral in de jaren 2012 en 2013 waren de aantallen in februari erg hoog, met meer dan 50 strandingen. Alleen in februari 2015 was het aantal vergelijkbaar laag (namelijk 18). Om in de jaren daarvoor een dergelijk laag aantal tegen te komen moeten we terug naar 2004, toen er 12 zijn gemeld.

      In het Deltagebied zijn deze maand slechts 3 bruinvissen gestrand, langs de Zuid-Hollandse kust ook 3, in Noord-Holland zelfs maar 2. Het Waddengebied was in februari 'the place to be' als je een bruinvis op het strand wilde tegenkomen, met name Texel, want daar zijn deze maand maar liefst 6 bruinvissen gevonden. Twee hiervan zijn levend gestrand. De ene is na een gezondheidscheck weer op zee losgelaten, de andere is overleden. Daarnaast zijn er bruinvissen gevonden op Terschelling (1), Schiermonnikoog (1) en op de Friese vastelandskust (1). Behalve de twee levende op Texel is er ook een levende bruinvis gestrand bij Kijkduin. Andere bijzonderheden zijn er niet gemeld.

    • Jaaroverzicht 2020 online

      Het jaaroverzicht van de walvisstrandingen 2020 staat online. Het is hier in te zien.

    • maandoverzicht januari 2021

      In januari 2021 zijn 18 bruinvissen en 1 potvis gestrand. Hiermee wordt de zaagtandgrafiek wat bruinvissen in januari betreft weer doorgezet. Januari 2015 liet met slechts 20 exemplaren een dal zien sinds 2009. Daarna waren de januaritotalen weer wat hoger tot en met 2020, met een heuse uitschieter van 51 in januari 2019. Het januarigemiddelde sinds 2006 is 35. Januari 2021 telde dus precies de helft van januari vorig jaar. Met dit aantal zitten we dus nog iets onder het januaritotaal van 2015. Verder terug in de tijd was januari 2008, met in totaal 9 bruinvissen, nog lager.

      Uit de Delta zijn deze maand 7 meldingen ontvangen, van de Zuid-Hollandse kust 6, Noord-Hollandse kust 3 en uit het waddengebied 3. Er zijn 2 bruinvissen levend gestrand; geen van beide heeft het overleefd. Bijzondere stranding was die van een foetus van een bruinvis van 30 centimeter lengte bij Noordwijk.

      Op 7 januari werden we weer verrast door een potvis. Zoals wel vaker gebeurt, is ook dit mannetje levend aan wal geraakt en onder zijn eigen gewicht bezweken. In de maag zat een flinke hoeveelheid inktviskaakjes en resten van enkele schrikbarend grote zeeduivels.

      In totaal zijn er nu 81-84 potvissen in ons land gestrand; hierbij zitten enkele botvondsten. We hebben net twee potvisloze jaren achter de rug, maar in 2016 was het echt raak en strandden er 6 tegelijk op Texel. Dat was de grootste stranding ooit in Nederland, want veel vaker gaat het om 1 exemplaar. Toch staat juist potvis bekend om zijn massastrandingen en ook in Nederland hebben we er wel vaker meerdere tegelijk gehad: 2 op Richel op 2 november 2004, 4 op Ameland op 28 november 1997, 3 bij Den Haag op 12 januari 1995. De volgende massastranding terug in de tijd was van 2 op Vlieland op 18 januari 1762.

      Januari is dé maand om op het strand tegen een potvis aan te blunderen, want in deze maand vindt bijna 40% van de strandingen plaats. Maand nummer twee in de rij is november, met 15% van de strandingen. Drie kwart van de potvissen in ons land strandt in de periode november-februari, maar in bijna alle andere maanden zijn ook potvissen gevonden. Augustus blijft vooralsnog de enige potvisloze maand in Nederland.