Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2020

    Nieuws 2020

    • Maandoverzicht juni 2020

      Net als vorige maand zijn er ook in juni van dit jaar veel bruinvissen gestrand. Na een aanvangssprintje dat eind mei al inzette, liep het aantal gestaag op en is het maandtotaal uitgekomen op maar liefst 60 dieren, een kwart meer dan het meerjarig gemiddelde van 45. Alleen junimaanden van 2013 (met 95 gestrande walvissen) en 2016 en 2017 (beide met 68) zijn hoger uitgekomen. Er zijn voor dit hoge aantal twee oorzaken aan te wijzen. De eerste is domweg de tijd van het jaar – juni is bruinvisjongentijd, en inderdaad zijn ongeveer 15 van de gestrande bruinvissen kalfjes. Dit aantal is vast nog wat hoger geweest, want het formaat is niet altijd betrouwbaar van een foto te schatten, terwijl de meeste vinders deze bijzonderheid niet specifiek melden. De tweede reden is de overwegend harde aanlandige wind, waardoor ook bruinvissen die verder op zee dreven zijn aangespoeld. Veel bruinvissen waren dan ook rot, erg rot of heel erg rot en dus al geruime tijd dood. Er zijn deze maand geen andere soorten dan bruinvissen gemeld.

      Uit de Delta zijn 24 bruinvissen gerapporteerd (3 in de Oosterschelde), van de Zuid-Hollandse kust 10, van de Noord-Hollandse kust 14 en uit het Waddengebied 12 (Texel 4, Vlieland 4, Terschelling 1, Ameland 2 en Schiermonnikoog 1).

      Een hogere sterfte onder pasgeboren zoogdieren komt bij veel soorten, misschien wel alle soorten, voor. Dat er niet alleen na de bevalling zaken kunnen misgaan maar ook al tijdens de bevalling complicaties kunnen optreden, bewees de vondst van de bruinvis op Schiermonnikoog op 3 juni, waarbij de staart van het jong uit de moeder stak. Zowel moeder als kind zijn dus helaas 'in het kraambed' overleden.

      Een andere bijzonderheid deze maand is de vondst op 18 juni in de Oosterschelde van een bruinvis van min of meer bekende leeftijd. Deze is voor het eerst in 2011 gefotografeerd door medewerkers van Stichting Rugvin, eveneens in de Oosterschelde, en daarna met uitzondering van 2014 jaarlijks gezien. In totaal is ze 34 keer op de foto gezet, voor het laatst op 3 mei 2020. In 2017 had deze bruinvis een kalfje, dat ze vermoedelijk spoedig is verloren. Het is ons niet bekend of deze bruinvis in 2011 al volgroeid was en of ze in andere jaren in de jongentijd is gefotografeerd. Dat een bekende bruinvis uit de Oosterschelde dood wordt gevonden is bijzonder, maar niet uniek: het is al twee keer eerder gebeurd. De bruinvis is bewaard en zal dit najaar op de Universiteit van Utrecht worden onderzocht.

    • Maandoverzicht mei 2020

      In het eerste halfjaar zijn de maanden april, mei en juni meestal de maanden met de laagste aantallen aangespoelde bruinvissen. April 2020 was record laag, net als maart, en februari dit jaar was ook al lager dan gewoonlijk. De voorspelling die afgelopen maand is gedaan was dan ook dat het in mei mei en juni 'nog wel rustig zou blijven met bruinvisstrandingen'. Dat is niet gebeurd, want in mei zijn 42 strandingen geregistreerd, niet alleen meer dan verwacht maar ook meer dan het meerjarig gemiddelde van 38 (gemeten over 2005-2019). Uitschieters naar beneden in die reeks waren mei 2008 met 15 en mei 2015 met 17, uitschieters naar boven mei 2013 met 121 en 2006 met 60. Dat de verandering van aflandige naar aanlandige wind weinig van invloed zou zijn, omdat er weinig bruinvissen voor de Nederlandse kust lijken te verblijven, is dus niet gebleken. De wind sloeg eind april om naar westelijke richting en op 5 mei waren al 12 bruinvissen gemeld. Ook de rest van de maand zijn vrijwel dagelijks bruinvissen gevonden, met een bescheiden piekje van 4 op de 30e.

      In de Delta zijn 19 aangespoelde dieren gemeld (waarvan 2 in de Westerschelde en 2 in de Oosterschelde), langs de Hollandse kust slechts 6 en in het waddengebied 17 (Texel 6, Terschelling 1, Ameland 7, Schiermonnikoog 1 en de vastelandskust 2). Tegen het eind van de maand zijn de eerste jongen voor dit jaar gemeld. Twee bruinvissen zijn levend gestrand.

      Heel bijzonder waren de strandingen van een tuimelaar (12 mei, Wijk aan Zee) en een gestreepte dolfijn (30 mei, Harlingen). De tuimelaar betrof ongeveer nummer 370 voor de database, maar pas de eerste in deze eeuw als we drie botvondsten van tuimelaars en enkele ongedetermineerde dolfijnen niet meerekenen. De vorige strandde in april 1991. Het ging nu om de tuimelaar die onder de naam Zafar door het leven ging. Hij – het was een mannetje – leefde oorspronkelijk in Bretagne, West-Frankrijk, waar hij zich vaak in de buurt van schepen ophield. Het dier is op 30 april met een zeilschip naar Nederland meegezwommen, op 2 mei zelfs door de sluizen bij IJmuiden gegaan en tot in Amsterdam bij het schip gebleven. Vervolgens is hij met een bootje weer teruggelokt door hetzelfde Noordzeekanaal en op 3 mei via de sluizen weer in de Noordzee terechtgekomen. Op 4 en 5 mei is hij nog bij IJmuiden gezien. Daarna zwom hij wederom met een schip mee en is hij voor het laatst op 5 mei waargenomen op de Noordzee ter hoogte van Callantsoog. Helaas is zijn voorliefde voor schepen hem fataal geworden, want hij is ten slotte dood op het strand van Wijk aan Zee gevonden met afgehakte staart, ongetwijfeld door een scheepsschroef veroorzaakt. Omdat de (rest)stroom voor de Nederlandse kust noordwaarts is gericht, is het niet onwaarschijnlijk dat Zafar ten zuiden van Wijk aan Zee is verongelukt; misschien was hij wel weer op weg terug naar zuidelijker oorden.

      De gestreepte dolfijn die eind van de maand bij Harlingen strandde is door een wandelaar levend op een modderbank gevonden en weer terug in zee geduwd. Het dier is daarna in ieder geval tot en met 2 juni bij Harlingen gezien, gefotografeerd en gefilmd en mogelijk op 4 juni nog bij Kornwerderzand. Het betrof pas de 13e gestreepte dolfijn voor ons land en de 7e sinds 2000. De soort is in nu 9 van de 12 maanden waargenomen. De maanden zonder gestreepte dolfijnen zijn juli, augustus en september.

       

    • Maandoverzicht april 2020

      Zoals vorige maand al voorspeld is het aantal strandingen in april nóg lager uitgekomen: er zijn slechts 11 aangespoelde bruinvissen gemeld. Deze lagen in de Delta (2, Maasvlakte), Zuid-Holland (1), Noord-Holland (2) en het waddengebied (Texel 3, Vlieland 3). Er zijn geen andere soorten gevonden.

      Zeven van de acht kadavers waarbij iets bekend is over de toestand waren rot; deze hadden dus al een tijd rondgedreven voordat ze zijn gestrand. Het lage aantal strandingen past dus geheel in het beeld, maar er zijn wel enkele opmerkingen te maken. Je verwacht misschien dat er geen mensen op het strand komen vanwege de coronamaatregelen en er daarom geen bruinvissen worden gemeld, maar dat lijkt niet het geval: er worden dagelijks op het strand rustende of zieke grijze en gewone zeehonden gemeld. Wat wel van invloed is, is de windrichting: op 8 dagen na blies de wind uit oostelijke richting. We weten inmiddels dat drijvende bruinvissen niet alleen onder invloed staan van stroming, maar ook van windrichting. Zodra de wind aanlandig wordt, stranden er ook weer (meer) bruinvissen. Overigens zijn er heel weinig bruinvissen voor de kust, dus zelfs als de wind weer aanlandig wordt zullen de aantallen op het strand bescheiden blijven.

      Het gemiddelde aantal strandingen in april gemeten over 2005-2019 is 42 (minimum 13 in 2008, maximum 111 in 2013). Vorig jaar was het ook al erg laag, namelijk 18, gelijk aan het apriltotaal van 2015. Omdat april, mei en juni normaal gesproken de maanden met de laagste aantallen in het eerste halfjaar zijn (zie figuur 3 uit het jaarverslag van 2019), zal het de komende twee maanden dus nog wel rustig blijven met de bruinvisstrandingen.

    • Maandoverzicht maart 2020

      In andere jaren nemen de strandingen vanaf januari toe naar een piek in maart. Het maartgemiddelde is dan ook altijd flink hoog: sinds 2005 ligt dat op 55 dieren, met een uitschieter naar 111 in 2013. Dit jaar is het andersom: na 36 in januari en 25 in februari is maart geëindigd op een schamele 12 meldingen. Dat is een minimum sinds 2005, want het vorige dieptepunt was 26 (in 2015). Dat beloven dus hele rustige maanden te worden tot en met juni, want na maart nemen de aantallen aangespoelde dieren altijd af tot juli.

      Gezien het weer, en dan vooral de windrichting, wekt het geen verbazing dat vrijwel alle bruinvissen – 11 van de 12 – voor 18 maart zijn gevonden. Voor die datum was de wind overwegend westelijk, maar vanaf de 18e draaide die naar oostelijke richtingen.

      Uit de Delta zijn 2 meldingen ontvangen, van de Zuid-Hollandse kust 1 en van de Noord-Hollandse kust 2. De hoofdmoot kwam nu dus uit het Waddengebied (Texel 2, Vlieland 2, Terschelling 2 en Ameland 1). Andere soorten dan bruinvis zijn niet gemeld. Een van de twee bruinvissen op Texel is levend gestrand.

    • Jaaroverzicht 2019 online

      Het jaaroverzicht van 2019 staat online. Kijk op 2019 of klik hier.

    • Maandoverzicht februari 2020

      Meestal spoelen er in februari wat meer bruinvissen aan dan in januari, maar dit jaar was het andersom: er zijn slechts 25 strandingen geregistreerd, alle bruinvissen. Het meerjarig februarigemiddelde ligt op 38. Het aantal aangespoelde bruinvissen was in februari 2018 met 27 stuks vergelijkbaar laag. Voor aantallen onder de 25 moeten we terug naar 2008. Weliswaar waren er in februari 2015 nóg veel minder strandingen (18), maar 2015 was in alle opzichten een uitzonderlijk mager strandingsjaar.

      Omdat februari buitengewoon winderig is verlopen, was de verwachting dat er veel meer bruinvissen zouden stranden. Misschien dat de sterfte lager was dan anders, of dat er minder bruinvissen voor de kust waren.

      In de Delta zijn deze maand 7 dode bruinvissen gevonden (1 in de Oosterschelde), tussen Maasvlakte en IJmuiden 6, tussen IJmuiden en Den Helder 3 en op de Waddeneilanden 9 (Texel 1, Vlieland 1, Terschelling 1, Ameland 3 en Schiermonnikoog 3). Er is 1 bruinvis levend gestrand, bij Zandvoort.

    • Maandoverzicht januari 2020

      Met januari 2020 zitten we met 35 strandingen weer keurig op het meerjarig gemiddelde (2006-2019: 34). Januari 2019 was een vreemde eend in de bijt met maar liefst 49 strandingen in een verder aaneengesloten periode met lagere aantallen dan gemiddeld. In januari 2012 en januari 2014 zijn zeer hoge aantallen gestrand (respectievelijk 63 en 54), terwijl januari 2008 een ‘dieptepunt’ in de reeks was, met slechts 9 strandingen. Andere soorten dan bruinvis zijn niet gemeld.

      In de Delta zijn deze maand 8 dode bruinvissen gevonden (2 in de Oosterschelde), in Zuid-Holland 4, in Noord-Holland 14 en op de Waddeneilanden 11 (Texel 3, Vlieland 4, Ameland 2, Schiermonnikoog 2). Er is 1 levende bruinvis gestrand.

      Er waren, zoals vaker in de winter en lente, diverse verse maar sterk gehavende bruinvissen, die doen vermoeden dat er voor de kust grijze zeehonden actief op bruinvissen jagen. Gezien de data waren dat er ten minste 2, gezien de locaties ten minste 3.