Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2017

    Witflankdolfijn

    Witflankdolfijn (Lagenorhynchus acutus). Illustratie: Rob van Assen - © ArtBoutique

     

    Classificatie
    Klasse: Mammalia (zoogdieren)
    Orde: Cetacea (walvissen)
    Onderorde: Odontoceti (tandwalvissen)
    Familie: Delphinidae (dolfijnen)
    Geslacht: Lagenorhynchus
    Soort: Lagenorhynchus acutus (witflankdolfijn)

    Namen
    Engels: Atlantic white-sided dolphin, jumper, springer, lag, Atlantic white-sided porpoise.
    Frans: dauphin à flancs blancs de l'atlantique
    Spaans: delfín de flancos blancos; delfín de costados blancos
    Duits: Weißseitendelphin

     

    © 2003 Kustvereniging EUCC, Leiden

     

    Beschrijving
    Groot, robuust dier met grote, naar achteren gebogen haakvormige rugvin die op het midden van de rug is geplaatst, en haakvormige flippers. Hij heeft een stevige, duidelijk gekielde staartvin, een korte snuit, 30 tot 40 paar tanden in de boven- en onderkaken en een enkel blaasgat.

    Kleur
    Rug, bovenkaak, flippers en vinnen zwart of donkergrijs. Onderkant wit tot aan het midden van de staartvin. Flanken grijs met een witte en gele streep. Rond het oog zit een donkere kring en er loopt een donkere streep tussen mondhoek en flipper.

    Lengte
    Volwassen dieren: 1,90 tot 2,50 m (mannetjes: maximaal 2,8 m, vrouwtjes: maximaal 2,50 m); pasgeboren dieren: 1 tot 1,30 m.

    Gewicht
    Volwassen dieren: 180 tot 235 kilo (mannetjes: maximaal 270 kilo; vrouwtjes: 50 kilo minder); pasgeboren dieren: 25 tot 35 kilo.

    Verspreiding
    Witflankdolfijnen komen voor in de koele, gematigde en subarctische wateren in het noorden van de Atlantische Oceaan.
    Ze komen ook voor in het oosten van de Atlantische Oceaan: van de Britse eilanden en de Noordzee tot aan IJsland en Noorwegen. Verder komen ze voor in het zuidelijke deel van de Barentszzee, in de Baltische Zee, in de Middellandse Zee (Adriatische Zee) en bij de Azoren.

    Migratie
    Witflankdolfijnen zijn erg nomadisch en blijven zelden lang op een plaats, maar kennen geen seizoensgebonden trek.

    Habitat
    Witflankdolfijnen geven de voorkeur aan de wateren rond het continentale plat, met een diepte variërend tussen de 40 en 270 meter en oppervlaktetemperatuur tussen de 6 en 20 ºC.

    Voedsel
    Kleine vissen in scholen (zoals haring) en inktvissen.

     

    Gedrag en voortplanting

    Sociaal gedrag

    Witflankdolfijnen zijn erg sociale dieren. Ze zwemmen voor de kust in kleine groepen van 10 tot 15 dieren en op volle zee in groepen van enkele duizenden dieren. Ze zwemmen graag in het gezelschap van andere walvissoorten, zoals de witsnuitdolfijn, de bultrug, de vinvis en de griend.

    Geluid
    witflank.aiff (199 Kilobytes)

    Mobiliteit
    Het zijn acrobatische en snelle zwemmers. Ze zijn vaak te zien als ze uit het water opspringen of als ze in de stroming van snelle zeeschepen zwemmen. Soms maken ze gebruik van de golven van grotere walvissoorten.

    Bijzonderheden
    Witflankdolfijnen komen om de 15 - 20 seconden naar de oppervlakte om te ademen. Ze duiken gewoonlijk korter dan 1 minuut onder water, maar ze kunnen tot maximaal 5 minuten onder water blijven.

    Geslachtsrijpheid
    6 - 12 jaar.

    Vruchtbaarheid
    Gewoonlijk baren witflankdolfijnen elke 2 tot 3 jaar één kalf.

    Vruchtbare periode
    Paring in de zomer, draagtijd 10-12 maanden, kalveren worden geboren in juni en juli.

    Zoogperiode
    18 maanden.

    Levensverwachting
    Mannetjes: 22 jaar, vrouwtjes: 27 jaar.

    Bedreigingen
    Individuele strandingen en massastrandingen komen relatief vaak voor, vooral langs de kustlijn van New England. Alle andere bedreigingen komen van de mens.

    Jacht
    In Groenland wordt soms op deze soort gejaagd. Op de Faroër Eilanden worden er langs de kust jaarlijks honderden (vaak rond de 600 exemplaren) gevangen op dezelfde manier als de grotere grienden gevangen worden. Soms worden ze moedwillig gevangen door Noorse en Britse vissers.

    Overige bedreigingen
    Witflankdolfijnen kunnen verstrikt raken in visnetten en ander vistuig, of het slachtoffer worden van vervuiling en veranderingen in het milieu.

    Bescherming
    EU Habitatrichtlijn, bijlage IV
    Basisverordening 338-97, Europese Unie, Bijlage A
    Conventie van Bonn, Appendix II (alleen populaties in de Noordzee en de Oostzee)
    Conventie van Bern, Appendix II
    CITES: Appendix II

    Aantallen
    Schatting huidige populatie: onbekend, plaatselijk veel voorkomend. Misschien enkele honderdduizenden individuen.

    Samenstelling: Niko den Hollander, vereniging Kust & Zee