Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2017

    Spitssnuitdolfijn van De Blainville

    Spitssnuitdolfijn van De Blainville. Illustratie: Rob van Assen - © ArtBoutique

    Op 12 april 2005 is een vrouwelijk exemplaar van de Spitssnuitdolfijn van de Blainville Mesoplodon densirostris op het strand van Ameland terecht gekomen. Het is de eerste stranding van deze soort op de Nederlandse kust. De stranding is opmerkelijk, aangezien de Spitssnuitdolfijn van de Blainville bij voorkeur in warme zeeën en oceanen leeft, maar kennelijk af en toe als dwaalgast in koude wateren weet door te dringen.

    De Spitssnuitdolfijn van De Blainville op het strand van Ameland. Foto © Johan Krol (Natuurmuseum Ameland).

     

    Strandingsgegevens

    Datum stranding Dinsdag 12 april 2005
    Plaats van stranding Ameland (Noordzee-zijde), paal 11
    Tijdstip vondst 8.00 uur (door Rijkswaterstaat)
    Tijdstip melding 9.00 uur melding binnen bij Naturalis
    Familie Ziphiidae (spitssnuitdolfijnen), Gray 1865
    Wetenschappelijke naam Mesoplodon densirostris (De Blainville, 1817)
    Nederlandse naam Spitssnuitdolfijn van De Blainville
    Geslacht Vrouwtje (drachtig, foetus in baarmoeder aanwezig)
    Totale lengte Moederdier 435 cm; foetus 118 cm
    Gewicht 1000 kilo (schatting)

     

    Tot nu toe waren in Europa zeven strandingen van de Spitssnuitdolfijn van De Blainville bekend. De laatste stranding was in 2002 op de Franse Atlantische kust (Golf van Biscaye). De Spitssnuitdolfijn van De Blainville is in de Noordzee echter nog niet eerder waargenomen. De stranding bij Ameland is dus een unicum voor de Noordzee.

    Drachtig vrouwtje
    Het gestrande dier is een ruim vier meter lang vrouwtje van naar schatting 1000 kilo. Op het strand is sectie verricht door medewerkers van Naturalis, het Natuurmuseum Ameland en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Tijdens het snijden kwam men erachter dat het dier drachtig was: uit de baarmoeder kon de meer dan een meter lange foetus worden geborgen.

    De foetus. Foto: Ans Molenkamp © Naturalis.

    Naturalis heeft de foetus in zijn geheel geconserveerd in formaline. Van het moederdier en de foetus zijn monsters van de maaginhoud en van verschillende organen genomen, die nader worden onderzocht.

    In de maag van het volwassen dier zat een stuk hard plastic, waarschijnlijk een deel van een jampotdeksel. De rest van de maaginhoud wordt nog bekeken, onder meer op mogelijke voedselresten.

    Van de kop van het dier zijn door de Erasmus Universiteit een CT-scan en een MRI-scan gemaakt. Aan de hand van de opnamen kunnen de onderzoekers nagaan of er beschadigingen zijn aan hersenen en gehoororgaan, die zouden kunnen zijn ontstaan als gevolg van krachtige kunstmatige geluidsbronnen. Naturalis heeft inmiddels het skelet geprepareerd.

    Leefwijze 
    Over leefwijze, gedrag en voortplanting van de Spitssnuitdolfijn van De Blainville is nog maar zeer weinig bekend. Niet verwonderlijk, want spitssnuitdolfijnen worden zeer zelden waargenomen. Hoewel spitssnuitdolfijnen na gewone dolfijnen de soortenrijkste walvisfamilie vormen, krijgt men de dieren zeer moeilijk te zien omdat hun leefgebied uitgestrekt is en ze diep leven, vaak in de buurt van troggen. De meeste kennis over spitssnuitdolfijnen krijgen we door strandingen.

    Aangenomen wordt dat de Spitssnuitdolfijn van De Blainville in kleine familiegroepen leeft en zich voedt met inktvissen en kleine visjes. Net als de meeste spitssnuitdolfijnen heeft de Spitssnuitdolfijn van De Blainville twee grote, driehoekige tanden in de onderkaak. Ze breken alleen bij de mannetjes door het tandvlees heen. Om die reden zijn walvisdeskundigen van mening dat de tanden uitsluitend een sociale functie hebben, bijvoorbeeld om te imponeren of om te vechten (enigszins vergelijkbaar met het gewei van een hert). Spitssnuitdolfijnen zuigen of slobberen hun prooi op; de tanden vervullen dus geen enkele functie bij het fourageren, zoals wel eens gedacht wordt.

    Verspreiding 
    De Spitssnuitdolfijn van De Blainville leeft in alle oceanen aan beide kanten van de evenaar. Het verspreidingsgebied ligt grofweg tussen de 450 Noorderbreedte en 450 Zuiderbreedte.

     

    De soort wordt onder meer bestudeerd bij Hawai'i, de Cook-Eilanden en de Bahama's. Over het trekgedrag van deze zuidelijke dolfijnensoort is niets bekend. Zoals de stranding bij Ameland bewijst, dwaalt de Spitssnuitdolfijn van De Blainville af en toe naar het noorden. De soort is zelfs nog noordelijker geweest, want op de kust van IJsland zijn twee exemplaren gestrand.