Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2017

    Narwal

    Narwal (Monodon monoceros). Illustratie: Rob van Assen - © ArtBoutique

    Classificatie
    Klasse: Mammalia (zoogdieren)
    Orde: Cetacea (walvissen)
    Onderorde: Odontoceti (tandwalvissen)
    Familie: Monodontidae
    Geslacht: Monodon
    Soort: Monodon monoceros
    (narwal)

    Namen
    Engels: narwhal; unicorn whale; narwhale
    Frans: narval
    Spaans: narval
    Duits: Narwal
    Inheemse namen: kelleluak kakortok (Groenland); quilalugaq (Canada)

    © 2004 Kustvereniging EUCC, Leiden

    Omschrijving
    De lange slagtand (tot 3 meter lang) die in een spiraal loopt is een typische eigenschap van de mannetjes. Het is in feite een uitgegroeide snijtand. Vrouwtjes ontwikkelen zelden een soortgelijke slagtand, terwijl sommige mannetjes er twee hebben. De narwal heeft slechts twee tanden, beide in de bovenkaak, waarvan de slagtand gewoonlijk de linkertand is. 
    Het lichaam is gedrongen; de kop klein, met een bol voorhoofd. De snuit is stomp. De vinnen zijn klein (30-40 cm) en afgerond; een rugvin ontbreekt: wel is er een kleine rugplooi. De ronde staartvin is 100 - 120 cm breed.

    Kleur
    Pasgeboren dieren zijn grijs of grijsbruin. Volwassen dieren hebben een donkergekleurde rug en een witte buik; ook zijn ze overal gestippeld. Terwijl de volwassen dieren ouder worden, wordt de huidkleur geleidelijk aan bleker. De naam narwal stamt uit het Oud-Noors en betekent lijk-walvis, waarschijnlijk zo genoemd omdat een wat oudere, bijna witte narwal, op een drijvend verdronken menselijk lichaam lijkt.

    Lengte
    Volwassen mannetjes: 3,80 - 5 m (zonder de slagtand); volwassen vrouwtjes: 4,20 m.; pasgeborenen: 1,60 m.

    Gewicht
    Volwassen dieren: 800 - 1600 kg (mannetjes zijn aanzienlijk zwaarder dan vrouwtjes); de slagtand weegt ongeveer 10 kilo; Lichaamsgewicht pasgeborenen: 80 kg.

    Verspreiding
    Narwals komen voor in het noordpoolgebied en in het subpolaire gebied, maar vooral in het oostelijke deel van de Canadese noordpool en het westen van Groenland. Ze worden echter ook gezien bij de oostelijke kust van Groenland, bij IJsland, Noorwegen (Svalbard) en Rusland. Ze worden ook gezien in het oosten van Siberië, Alaska, en het westen van de Canadese noordpool, maar zijn hier zeldzaam.

    Migratie
    Narwals volgen de rand van het zee-ijs. In de zomer migreren de narwals naar diepe, koude fjorden en baaien.

    Habitat
    Diepe polaire en subpolaire wateren (400 - 800 m.), gewoonlijk nabij pakijs.

    Voedsel
    De narwal eet vis, inktvis, en schaaldieren (garnalen en krill).

     

    Gedrag en voortplanting

    Foerageren
    Voedingsgedrag onbekend.

    Sociaal gedrag
    Narwlas leven normaal gesproken in groepen van 2 - 20 dieren, maar vaak zijn er verschillende groepen van vrouwtjes met jongen, groepen onvolwassen mannetjes en groepen volwassen mannetjes. Tijdens het foerageren en reizen over langere afstanden kunnen de groepen uitgroeien tot honderden of zelfs duizenden dieren, waar vaak ook beloegas deel van uitmaken.

    Geluiden
    De narwal communiceert door middel van trillingen en klikgeluiden. narwhal.aiff (221 Kilobytes)

    Mobiliteit
    Wanneer de narwal aan het foerageren is, duikt hij 7 - 20 minuten lang onder water tot een diepte van 1000 meter (maximaal 1164 meter). Het is bekend dat narwals uit het water kunnen opspringen en met hun vinnen of staart op het wateroppervlak slaan. Af en toe liggen ze onbeweeglijk in het water.

    Bijzonderheden
    De slagtanden worden gebruikt om ritueel met rivalen te vechten. De ademwolk van narwals is zwak en onopvallend.

    Volwassenheid
    De volwassenheid wordt bereikt wanneer de dieren tussen de vier en acht jaar oud zijn.

    Voortplantingscapaciteit
    Eén kalf, of soms een tweeling, elke twee tot drie jaar.

    Voortplantingsperiode
    De dieren paren ergens tussen maart en mei, waarna een periode van 15 maanden draagtijd volgt. De kalfjes worden in juli en augustus geboren.

    Zoogtijd
    12 - 24 maanden.

    Levensverwachting
    30 - 55 jaar.

    Predatie en competitie
    Groenlandse haaien, zwaardwalvissen (orka's), ijsberen en soms zelfs walrussen jagen op narwals. Bovendien worden ze geplaagd door verscheidene soorten parasieten. Het voedsel komt deels overeen met wat beloegas eten.

    Bedreigingen
    Narwals worden bedreigd door de commerciële walvisvangst, en door de lokale bewoners van het polaire deel van Groenland en Canada die op zeezoogdieren jagen om aan voedsel te komen. Ook is de lokale bevolking uit op de slagtanden. Andere bedreigingen zijn verstoring van de leefomgeving en chemische verontreiniging.

    Bescherming
    EU Habitatrichtlijn: Bijlage IV
    Bern Conventie: Appendix III
    CMS: Appendix II
    CITES: Appendix II
    CITES: Appendix III (geldt voor Denemarken en Canada)

    Aantallen
    Het aantal narwals wordt geschat op 25.000 - 45.000 individuen. Op sommige plaatsen komen zij veelvuldig voor.

    Samenstelling: Niko den Hollander, vereniging Kust & Zee