Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2017

    Bultrug

    Bultrug (Megaptera novaeangliae). Illustratie: Rob van Assen - © ArtBoutique

    Classificatie
    Klasse: Mammalia (zoogdieren)
    Orde: Cetacea (walvissen)
    Onderorde: Mysticeti (baleinwalvissen)
    Familie: Balaenopteridae (vinvissen)
    Geslacht: Megaptera
    Soort: Megaptera
    novaeangliae (bultrug)

    Namen
    Nederlands: bultrug
    Engels: humpback whale
    Frans: baleine à bosse of ook wel megaptère
    Spaans: rorcual jorobado
    Duits: Buckelwal

    Beschrijving
    Bultruggen hebben een dik, krachtig lichaam en een ronde, vrij platte kop die ongeveer eenderde van het totale lichaam beslaat. De kop is net zo groot als de enorme borstvinnen, waaraan het dier zijn Latijnse naam te danken heeft (megaptera beteken t letterlijk 'grote vleugel'). De bultrug heeft bulten op kop, onderkaak en borstvinnen. De rugvin is klein en stomp en de staartvinnen hebben een gekartelde rand. De keel telt 12 tot 36 groeven. In de bek staan 540 tot 800 baleinen (van 80 cm tot een meter). Bovenop de kop liggen twee spuitgaten.

    Kleur
    Het lichaam is zwart tot blauwzwart op de rug;  buik en onderkant van de buikvinnen zijn bleek tot wit, met zwarte vlekken.

    Lengte
    Volwassenen: 11,5 - 15 m, soms tot zelfs 18 m. Vrouwtjes groter dan mannetjes. Pasgeborenen zijn 4 - 5 m lang.

    Gewicht
    Volwassenen: 25.000 - 30.000 kg; pasgeborenen 2.000 kg.

    Verspreiding
    Bultruggen komen in alle oceanen voor, van de polen tot de evenaar. Ze kunnen onderverdeeld worden in drie grote groepen, die genetisch gezien duizenden jaren van elkaar geïsoleerd zijn geweest: de Noord-Atlantische, de Noord-Pacifische en de groep van de zuidelijke oceanen. Deze drie groepen kunnen weer onderverdeeld worden in elf stammen: twee in zowel de Noord-Atlantische als in de Noord-Pacifische Oceaan en zeven in de oceanen van het zuidelijk halfrond.

    © 2003 Kustvereniging EUCC, Leiden

    Migratie
    Bijna alle groepen bultruggen migreren over grote afstanden. Er zijn uitzonderingen, de populatie in de Arabische Zee, bijvoorbeeld, migreert niet, waarschijnlijk is het water daar voedselrijk genoeg. Normaliter voeden ze zich in de lente, zomer en herfst rond de poolgebieden en in de winter trekken ze naar gebieden rond de evenaar om te paren en te baren in warmer water. Zo voeden de bultruggen aan de oostkant van de Atlantische Oceaan zich in het ene gedeelte van het jaar langs de kust van Noorwegen en in de winter trekken zij naar West-Afrika en de Kaapverdische eilanden.
    De migrerende groepen kunnen opgedeeld worden in groepen van oudere jongen, volwassen mannetjes en moeders met kalveren.

    Habitat 
    Het oceanische leefgebied strekt zich uit van de polen tot de evenaar. Bultruggen komen voor in diep water, maar durven ook dichter bij de kust te komen dan andere vinvissen.

    Voedsel
    Bultruggen eten alles wat ze aan de oppervlakte vinden (tot 50 m diepte): scholen kleine visjes, plankton, krill en schaaldieren. Omdat ze grote happen prooi ineens wegwerken worden ze swallowers (slikkers) genoemd.
    Noord-Atlantische bultruggen eten voornamelijk vis, Noord-Pacifische voornamelijk vis en krill en nabij Australië en de Zuidpool eten ze hoofdzakelijk krill. Volwassenen eten zo'n 1.300 kg voedsel per dag als ze in hun fourageergebieden zijn.

     

    Gedrag en voortplanting

     

    Foerageren
    Bultruggen filteren (net als andere baleinwalvissen) hun voedsel uit het water, meestal aan de oppervlakte. Ze hebben verschillende manieren om voedsel te vangen, bijvoorbeeld door plotseling naar voren te schieten, dwars door een school vissen heen, of door met hun staart te slaan. Maar hun meest beroemde manier om prooi te vangen is het leggen van een net van luchtbellen om de te vangen prooi. De bultrug duikt onder de wolk voedsel die hij wil vangen en zwemt er in cirkels omheen, onderwijl terwijl luchtbellen uitstotend. De prooidieren worden door dit lint van bellen bij elkaar gedreven en de bultrug kan vervolgens de hele wolk ineens ophappen.

    Sociaal gedrag
    Meestal trekken bultruggen op in grote, losse groepen van tientallen dieren. Maar elk individueel dier wisselt vaak van groep, zodat dezelfde walvissen niet langer dan 24 uur met elkaar optrekken. Het enige stabiele stel dat langer bij elkaar blijft zijn een moeder en haar kalf, en soms hebben die een begeleider die anderen op afstand houdt.
    In dieper water zwemmen de dieren verder uit elkaar.
    In de buurt van voortplantingsgebieden worden de mannetjes agressief en die agressie kan zich soms ook tegen boten richten als ze te dicht in de buurt van de groep komen.

    Geluiden
    De mannetjes zijn beroemd om hun gezang. Een lied van een mannelijke bultrug kan soms een half uur duren. Daarnaast is dit gezang ook nog eens het meest complexe van het hele dierenrijk. In een lied wordt gefloten, gegromd, gekreund en gehuild. Men vermoedt dat het de bedoeling is dat vrouwelijke bultruggen zich erdoor aangetrokken voelen. hump1.wav (55 Kilobytes) , hump2.wav (66 Kilobytes)

    Mobiliteit
    Bultruggen halen bij het reizen ongeveer 8 km per uur, maar als ze lange afstanden reizen, zwemmen ze gemiddeld maar zo'n 1,6 km per uur. Als ze alleen zijn gaan ze sneller. Hun maximum snelheid is 27 km per uur.
    Ze duiken meestal minder dan 10 minuten maar kunnen tot maximaal 45 minuten onder water blijven. Voor een lange duik heft de bultrug zijn staart.

    Bijzonderheden
    Bij het uitademen blazen ze dikke wolken de lucht in.

    Volwassenheid
    4 - 7 jaar.

    Voortplantingscapaciteit
    Eén ovulatie per seizoen. Meestal wordt er om de 2 tot 4 jaar één kalf geboren.

    Voortplantingsperiode
    Het paren en baren gebeurt in de winter in tropische wateren. De draagtijd bedraagt 11 tot 12 maanden.

    Zoogtijd
    De moeder zoogt het kalf gedurende vijf maanden, de vader speelt hierbij geen enkele rol.

    Levensverwachting
    Schattingen hierover houden het op 40 tot 50 jaar, maar zeker is men daar niet van.

    Predatie en competitie
    Dankzij hun grootte hebben bultruggen weinig last van roofdieren, al worden ze wel aangevallen en soms zelfs gedood door orka's.
    Competitie wordt geleverd door andere vinvissen en zeevogels. Daarnaast hebben bultruggen nogal eens last van parasieten die zich op en in de huid van het dier nestelen.

    Bedreigingen
    De belangrijkste bedreiging voor deze soort is de mens. In het verleden werden bultruggen in groten getale gejaagd om hun olie, vlees en beendermeel. Dit werd verboden in 1966, maar St. Vincent en Grenada (Caraïben) houden zich daar niet aan.
    Andere bedreigingen komen van het verlies van de leefomgeving, vervuiling (chemische en geluidsvervuiling), verstrikt raken in netten en aanvaringen met schepen.

    Bescherming
    De jacht op bultruggen werd in de Noord-Atlantische Oceaan verboden in 1956, op het zuidelijk halfrond in 1963 en in de Noord-Pacifische Oceaan in 1966.
    EU Habitatrichtlijn: bijlage IV
    IUCN Red List 2002: kwetsbaar
    Bern Conventie Appendix II
    Bonn (ook bekend als CMS) Conventie Appendix I
    CITES: Appendix I

    Aantallen
    Oorspronkelijk aantal in de tijd vóór de walvisvaart: 115.000 individuen.
    De totaalschatting varieert van 6.000 tot 20.000 individuen.
    Noord-Atlantische Oceaan: 8.000 individuen.
    Noord-Pacifische Oceaan: 4.000 individuen.
    Zuidelijke oceanen: 3.000 4.000 individuen.
    Jaarlijks stijgt het aantal gelukkig wel weer. Schatting van dit moment is dat dit met zo'n 10 tot 14% gebeurt.

    Samenstelling: Niko den Hollander, vereniging Kust & Zee