Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2018

    Maandoverzicht maart 2016

    Het verwachte maartstrandingspiekje was dit jaar nadrukkelijk aanwezig: er zijn maar liefst 80 bruinvissen gemeld, twee keer zo veel als vorige maand. Dat is veel meer dan het maartgemiddelde van 59 over 2005-2011, zij het geen record: in 2013 strandden er 111, in 2006 100 en in 2014 82. Ter vergelijking: in 2015 was het totaal over januari-maart slechts de helft van dit jaar, in de piekjaren 2011 en 2013 was dat respectievelijk 109 en 214. Meestal is maart goed voor zo'n 10% van het jaartotaal (zie figuur, correlatie 81%); als dat ook voor dit jaar opgaat, kunnen we dus onze borst natmaken! 

    Relatie tussen jaartotaal (staven, linker y-as) en percentage in maart gestrande bruinvissen (stippen, rechter y-as).

    Vooral de mensen in het zuidwesten des lands hebben het flink voor hun kiezen gekregen: van de 80 bruinvissen is ruim de helft uit die hoek afkomstig (47 dieren, waarvan 1 in de Oosterschelde). De Hollandse kust had weinig strandingen (11, waarvan slechts 2 in Zuid-Holland), de wadden wat meer dan anders en nu ook op elk bewoond eiland (22, waarvan 6 op Texel, 9 op Vlieland, 1 elk op Terschelling, Schiermonnikoog en Engelsmanplaat, en 2 elk op Ameland en Rottumerplaat). Er zijn geen andere soorten gevonden.

    Verreweg de meeste maartbruinvissen zijn traditiegetrouw gemeld van Goeree, op het traject Ouddorp - Oostdijk - Kwade Hoek, een stuk strand van ongeveer vijf kilometer. 'Topdagen' daar waren 11 maart met 6 exemplaren en 20 maart met 8. Gezien de aard van de kadavers (in lappen gescheurd, of alles opgegeten met uitzondering van kop en staart) lijkt het erop dat daar ten minste een maar vermoedelijk enkele grijze zeehonden actief op bruinvissen hebben gejaagd. Elders zijn vergelijkbaar toegetakelde kadavers aangetroffen bij Katwijk (1 exemplaar, 16 maart), Bergen (1, 23 maart), Camperduin (2 op 26 maart) en Petten (2 op 16 maart). Het eerste (vermoedelijk door grijze zeehond) toegetakelde kadaver van Goeree is gemeld van 28 februari, waarna lokaal de bruinvishel losbarstte. Weliswaar zijn al daar al op 20 januari twee losse achterlichamen van bruinvissen gevonden, maar die zagen er toch anders uit. Na 28 maart zijn de grijze zeehonden bij Ouddorp of vertrokken, of overgegaan op een ander dieet, of waren de bruinvissen lokaal verdwenen (of speelt er een combinatie van deze factoren), want na die datum zijn daar tot moment van schrijven van dit overzicht (6 april) geen verscheurde bruinvissen meer gemeld.

    Er zijn twee levende bruinvissen gevonden: 19 maart op Texel (man) en 28 maart op Vlieland (vrouw).

    Heel bijzonder was de gewone spitssnuitdolfijn die op 7 maart strandde bij Borssele, de 22e van deze soort in ons land. Het dier was eenvoudig te determineren aan de hand van de vorm van de kop en de positie van de twee tanden in de onderkaak, die bij alle volwassen mannetjes spitssnuitdolfijnen iets uitsteken. Sectie wees geen duidelijke doodsoorzaak aan, maar de maag was leeg, wat er op wijst dat het dier al enige tijd niets had gegeten.