Walvisnieuws 2009

Jonge bultrug gestrand op Ameland

Ameland - 9 oktober 2009 De bultrug die op 8 oktober tussen Ameland en Terschelling dood in zee dreef, is naar het strand van Hollum gesleept en daar ontleed door medewerkers van Naturalis. Het is de vierde bultrug die op de Nederlandse kust terecht is gekomen.

Bultrug Ameland. Foto: Jeanet de Jong, Persbureau Ameland.

Eerder strandden bultruggen op de Maasvlakte (2003), bij Katwijk (2003) en op Vlieland (2004). Het kadaver bij Ameland werd door een visser ontdekt bij het Amelandse Gat. Om te voorkomen dat het met de vloedstroom de Waddenzee indreef, is het op sleeptouw genomen en op de zuid-westelijke punt van het eiland aan land gezet.

Locatie waar de bultrug is ontdekt.

Vanwege de geringe lengte (schatting rond de 8,5 meter) is het duidelijk dat het om een jong dier gaat, een mannetje. Volwassen bultruggen kunnen zo'n 15 meter worden. De bultrug is meteen te herkennen aan zijn lange witte flippers, die veel lijken op vleugels. Ze zijn typerend voor de soort en ook gebruikt in de wetenschappelijke naam (Megaptera novaeangliae, van mega=groot en ptera=vleugel). Kenmerkend voor bultruggen zijn de vlekkenpatronen op de keel en aangroeisels van zeepokken.

Waarschijnlijk dreef de bultrug al meerdere dagen dood op zee. Het lichaam verkeert namelijk in staat van ontbinding. De dunne opperhuid die boven het water uitstak is gebarsten en hangt er in vellen bij. Ook bij de Amelandse bultrug is het kenmerkende vlekkenpatroon te zien. Zeepokken lijken aangehecht op de snuitpunt. Het patroon van vlekken en aangroeisels, maar ook de vorm van de staart, verschilt per individu. Ze kunnen gebruikt worden voor 'persoonsherkenning.'

Het walvissensnijteam van Naturalis heeft alle skeletdelen uit het kadaver gehaald en ook weefselmonsters en foto's genomen videoverslag >>. Uit de sectie is geen duidelijke doodsoorzaak naar voren gekomen. Gezien zijn geringe lengte is het dier niet van ouderdom gestorven. Wel was de maag leeg. Vermoedelijk is het dier per ongeluk de zuidelijke Norodzee ingezwommen en verzwakt geraakt door voedselgebrek. Foto's van de vlekkenpatronen op de kop en de vorm van de staart worden door anderen later vergeleken met databases waarin opnamen van levende bultruggen zijn opgeslagen. Misschien is zo te achterhalen waar de bultrug vandaan kwam en welke route hij heeft afgelegd voordat hij ergens op de Noordzee stierf.

In de Noordzee worden ook steeds meer levende bultruggen waargenomen. Zo liet een exemplaar zich op 7 januari 2009 in het Marsdiep zien, tussen Texel en Den Helder. Het dier was in goede conditie. Bultruggen hebben hun kerngebied in koudere wateren, langs de kusten van Noorwegen, Schotland, Ierland en IJsland. In ons deel van de Noordzee ziet men ze ook fourageren, een aanwijzing dat ze niet toevallig verdwaald zijn maar gericht hier naartoe komen om te jagen op haring.

© foto's Naturalis 2009 (Ans Molenkamp)

Klik op het plusje voor een grotere foto
Klik op het plusje voor een grotere foto
1. De eerste snee. 2. Uitbenen van de tong
Klik op het plusje voor een grotere foto
Klik op het plusje voor een grotere foto
3. Uitbenen onderkaak. 4. Fileren staart.
Klik op het plusje voor een grotere foto
Klik op het plusje voor een grotere foto
5. Verwijderen ingewanden. 6. Schoonmaken schedel.
Klik op het plusje voor een grotere foto
Klik op het plusje voor een grotere foto
7. Ontbenen wervelkolom. 8. Onderkaken en baleinen.
Klik op het plusje voor een grotere foto
Klik op het plusje voor een grotere foto
9. Transport schedel. 10. Skelet gereed voor vervoer naar Naturalis.
Klik op het plusje voor een grotere foto
11. Schoongemaakte wervels en ribben. 12. De schoongemaakte schedel.

Overdracht botmateriaal van een grijze walvis

5 maart 2009

Op donderdag 5 maart is uit naam van de Gasunie, door de heren Spiekhout en Hoiting, een aantal botten van een grijze walvis (Eschrichtius robustus) overgedragen aan Naturalis. Dit in gezelschap van de heren Stokkel en Buitenhuis van ARC (Archaeological Research & Consultancy) die de botten hadden gevonden. Het materiaal werd in ontvangst genomen door de adjunct-directeur Collecties van Naturalis, René Dekker, Caroline Pepermans (Hoofd collectiebeheer) en Hein van Grouw (Senior Collectiebeheerder Vogels & Zoogdieren). Deze botten waren gevonden tijdens grondwerkzaamheden in opdracht van de Gasunie, en zij bleken al bijna 5000 jaar lang in de grond te hebben gelegen. Deze walvis was dus met recht een grijsaard.

Klik op het plusje voor een grotere foto

Overdracht van de botten in Naturalis. Foto: Eelco Kruidenier, Naturalis.

De genoemde grondwerkzaamheden werden uitgevoerd voor de aanleg van een gasleiding in de Wieringermeer. Hiervoor werd over een lengte van vele kilometers een brede sleuf gegraven met een diepte variërend tussen de 3 en 5 meter. In verband met de Wet op de archeologische monumentenzorg had ARC de opdracht om deze werkzaamheden archeologisch te begeleiden.

Klik op het plusje voor een grotere foto

 

Rib van de grijze walvis. Foto: L. de Jong, ARC.

Tijdens de werkzaamheden werden o.a. de botfragmenten van een walvis gevonden die, naar later bleek, afkomstig zijn van de grijze walvis. Het ging hier om minimaal 13 losse wervelschijven en 3 ribben. Het botmateriaal zelf bleek niet meer dateerbaar op ouderdom, omdat botten van zeezoogdieren veelal erg poreus zijn waardoor er niet genoeg materiaal is voor datering. Echter de veenlaag die ongeveer 25 tot 30 cm boven de botten lag werd gedateerd op een minimale ouderdom van 4850 jaar. De botten in de daaronder liggende kleilaag zijn dus nog ouder.

Klik op het plusje voor een grotere foto

Wervelschijven van de grijze walvis. Foto: L. de Jong, ARC.

De grijze walvis, die een lengte van ± 16 meter kan bereiken en een gewicht van ± 35 ton, was vroeger een geliefde jachtbuit voor de walvisvaarders. Het zeegebied rondom Noord-Holland en de voormalige Zuiderzee waren de vroegere paar- en geboorteplekken van de Noord-Atlantische populatie van de grijze walvis. Deze populatie is inmiddels uitgestorven en een oorzaak hiervoor zou de walvisjacht in deze gebieden kunnen zijn geweest. Omdat er op deze dieren werd gejaagd, en behalve het vlees ook de botten door de walvisvaarders aan wal werden gebracht (er werd traan gewonnen uit de botten), zijn er wel vaker botten van deze soort in Nederland gevonden. Maar gezien de ouderdom van deze botten is het niet waarschijnlijk dat die afkomstig zijn van een bejaagde walvis. Het gaat hier zeer waarschijnlijk om een toentertijd op natuurlijke wijze gestrand/aangespoeld dier en dat maakt deze vondst extra bijzonder.

Het botmateriaal zal in de collectie van Naturalis worden bewaard, waar het altijd beschikbaar blijft voor verder onderzoek.

Voor meer informatie zie: ARC-Rapporten 2008-128; Een Archeologische begeleiding langs de Oudelandertocht, Gemeente Wieringermeer (NH).

ARC-rapport-2008-128.pdf (9163 Kilobytes)

- Hein van Grouw, Naturalis

 

 

Ecomare vindt tientallen aan stukken gesneden bruinvissen op het strand

Persbericht Ecomare, Februari 2009

De laatste jaren was het aantal gestrande bruinvissen (kleinste walvis/dolfijn in de Noordzee, ongeveer 1,5 meter lang) dieren al hoog, 46 in 2008. In de eerste twee maanden van dit jaar zijn het er al meer dan twintig. In 2008 zijn er in dezelfde periode vijf gevonden. Ronduit alarmerend is het feit dat meer dan de helft van de kadavers met messen is bewerkt. De meeste kadavers zijn doormidden gesneden. Ook zijn losse stukken staart, losse koppen, stukken romp en vinnen gevonden. Daardoor is het niet goed mogelijk het exacte aantal dode gestrande dieren te tellen.

 

Nog nooit in de tientallen jaren dat Ecomare de op Texel gestrande walvisachtigen bijhoudt, zijn er zoveel bruinvissen in twee maanden gevonden. Ook zijn er nooit zoveel bewerkt met messen. Zowel de dierverzorgers die de kadavers van het strand halen als de conservator die ze onderzoekt en registreert, zijn geschokt: Vaak zijn bruinviskadavers niet vers. Ze kunnen vreselijk stinken en er allerminst fraai uitzien. Wij zijn daaraan wel gewend. Maar de kadavers van de afgelopen maanden waren vers, het leken gezonde dieren. Ze stonken niet, maar ze zijn aan flarden gesneden en ronduit walgelijk om te zien.

De bruinvissen die aan stukken zijn gesneden, zijn waarschijnlijk doodgegaan doordat ze in een visnet verstrikt zijn geraakt. Bruinvissen zijn zoogdieren, kunnen onder water niet ademen en verdrinken dan in het net. Het vermoeden bestaat dat staand-want visserij de meest bedreigende vismethode is en niet de visserij met gesleepte vistuigen. Wanneer hier duidelijkheid over is, zou een oplossing gevonden kunnen worden in het verplicht stellen van het aanbrengen van zogenaamde pingers op het betreffende vistuig. Deze apparaatjes brengen geluiden voort die zeezoogdieren afschrikken.

Ecomare dringt, samen met oa. NIOZ en Wageningen-Imares, aan op snelle actie van de overheid, om deze officieel beschermde prachtige zeezoogdieren te redden.

Nadere informatie: Ecomare, Just van den Broek, Ruijslaan 92, 1796 AZ  De Koog, Texel
t 0222 31 77 41, m 0643045801, justvandenbroek@ecomare.nlwww.ecomare.nl
Ecomare werkt aan natuurbescherming in wadden en Noordzee door voorlichting, educatie en opvang van vogels en zeehonden.

Vleet-informatie over bruinvissen
Informatie over aangespoelde en kapot gesneden bruinvissen
Persbericht NIOZ