Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2019

    Nieuws 2019

    • Maandoverzicht september 2019

      Maandoverzicht september 2019

      In september dit jaar zijn 64 meldingen ontvangen. Dat is nauwelijks meer dan het meerjarig septembergemiddelde van 61. Dit meerjarig septembergemiddelde wordt sterk omhooggetrokken door 2011 en 2012, toen er meer dan 100 bruinvisssen zijn gemeld; zonder die twee jaren is het gemiddelde 51.

      Uit de Delta zijn 17 meldingen ontvangen, maar vooral Zuid-Holland viel deze maand ‘in de prijzen’, met maar liefst 25 strandingen. Noord-Holland stak daar wel heel mager tegen af, met slechts 5. Uit het waddengebied zijn 17 strandingen gemeld (Texel 4, Vlieland 8, Terschelling 3 en Ameland 2).

      Op een melding na betroffen alle strandingen bruinvissen. De ene bijzondere was de gewone vinvis in de Nieuwe Waterweg van 10 september. Het was al de tweede gewone vinvis dit jaar (de vorige was die van Vlissingen van 7 juni) en wederom een groot exemplaar dat op de bulb van een vrachtschip is binnengevaren.

    • Maandoverzicht augustus 2019

      Augustus was met 50 strandingen rustiger dan het meerjarig gemiddelde, dat op 77 ligt. Het was zelfs het laagste augustustotaal sinds 2007, met uitzondering van 2015, toen er in augustus wel heel weinig dieren zijn gestrand (21). In alle andere jaren lag het aantal strandingen hoger; absolute uitschieter was augustus 2011, toen er 209 bruinvissen zijn gemeld. Zonder dat jaar ligt het gemiddelde echter nog altijd op 67, een bevestiging dat we qua strandingen tegenwoordig in rustiger vaarwater zijn terechtgekomen.

      Uit het Deltagebied kwamen deze maand 15 meldingen (waarvan 1 uit de Oosterschelde), van zowel Zuid-Holland als Noord-Holland 14 en van de Wadden een magere 7 (Texel 3, Vlieland 1, Terschelling 2 en Ameland 1). De strandingen waren redelijk gelijkmatig over de maand verdeeld met vrijwel dagelijks 1-4 dieren. Alleen op 2 augustus zijn maar 6 bruinvissen gemeld. De wind kwam een groot deel van de maand uit westelijke richtingen, maar draaide naar oost vanaf de 23e en rond die periode zijn er wat minder strandingen gerapporteerd. De lage aantallen op de Wadden zijn misschien te verklaren doordat er deze maand geen noordwestelijke of noordenwind is geweest en de wind slechts vier dagen uit het noordoosten heeft gewaaid.

      Alle strandingen betroffen bruinvissen, behalve de levende witsnuitdolfijn op 7 augustus bij Kijkduin. Helaas gaf dit dier al spoedig de geest. Hoewel nog niet alle sectieresultaten bekend zijn, weten we dat het een volwassen vrouwtje betrof dat dit jaar geen jong had gebaard. Ze had een recent hersenbloeding gehad. Of dat de doodsoorzaak is geweest, is nog niet duidelijk. In de database van walvisstrandingen staan nu 233 witsnuitdolfijnen geregistreerd. Bijna driekwart (71%) stamt uit een periode van slechts 25 jaar (1981-2005). In deze periode spoelden jaarlijks meerdere witsnuitdolfijnen aan, tot zelfs 13 in 1990. Sinds 2005 zijn er nog maar 19 witsnuitdolfijnen gemeld en in vijf jaren tussen 2005-2019 nul; de soort lijkt zich langzaamaan terug te trekken uit de zuidelijke Noordzee.

    • Maandoverzicht juli 2019

      In juli zijn dit jaar erg veel bruinvissen gestrand: maar liefst 107. Er waren dagelijks meldingen (met uitzondering van de 25e). De drukste dagen waren 7-10 juni, toen er elke dag 6 of meer dieren zijn gemeld. Gemiddeld stranden er in juli 68 bruinvissen en jaren met meer dan 100 zijn zeldzaam: dit is alleen gebeurd in 2011 (116 dieren), 2012 (130) en 2017 (121).

      Uit het Deltagebied kwamen deze maand 17 meldingen (slechts 1 uit de Oosterschelde), van de kust van Zuid-Holland 38, Noord-Holland 13 en de Wadden 39 (Texel 5, Vlieland 16, Terschelling 11, Ameland 3, Schiermonnikoog 2 en de vastelandskust 2). Hoewel de aantallen overal dus hoog waren, vallen die van de Zuid-Hollandse kust en Terschelling wel erg op. In Zuid-Holland was het vooral in de eerste helft van de maand erg druk: twee derde (26 van de 38) strandde voor 15 juli. In de Delta en Noord-Holland was deze trend niet zichtbaar, maar in het Waddengebied was het zelfs nog sterker, want daar strandden zelfs 32 van de 39 tussen 1-15 juli.

      Naast 105 bruinvissen zijn er ook 2 dwergvinvissen gemeld (8 juli Texel en 9 juli Schiermonnikoog). Dwergvinvissen zijn in alle maanden van het jaar gevonden, in het winterhalfjaar (oktober-maart) net iets meer dan in de zomer: 26 tegenover 19. Of deze verdeling over het jaar reëel is is de vraag, want een deel van de rotte en/of incomplete dwergvinvissen zal niet herkend zijn en staat in de database als 'kleine walvis', of misschien zelfs 'walvis of dolfijn'. De dwergvinvis van Texel had goed gegeten: de maag en darm bevatten resten van ten minste 1000 vissen, voornamelijk sprot. Bijzonder aan dit dier was de sterke vergroeiing van de wervelkolom, maar gezien de maaginhoud is dat vermoedelijk niet de reden van overlijden geweest. Het was helaas niet mogelijk om ook de maag van de dwergvinvis van Schiermonnikoog te onderzoeken.

    • Maandoverzicht juni 2019

      Overeenkomstig de meerjarige voorspellingen ligt het aantal gevonden bruinvissen voor juni weer wat hoger dan voor mei: er zijn 32 dieren gemeld. Dit is nog altijd duidelijk minder dan het meerjarig gemiddelde van 46, maar niet meer zo extreem weinig als in april dit jaar. Juni 2013 spande overigens de kroon met maar liefst 95 gestrande dieren!

      In de Delta zijn deze maand 8 dieren gestrand (waarvan drie in de Oosterschelde) en van de Hollandse kust eveneens 8 dieren (5 ten zuiden van IJmuiden, 3 ten noorden daarvan). Uit het Waddengebied kwamen maar liefst 16 meldingen, waarvan alleen al 12 van Vlieland; daarnaast zijn er 3 op Ameland gevonden en 1 op de Friese vastelandskust. Er waren vrijwel dagelijks meldingen, met uitzondering van een ‘gaatje’ tussen 10-19 juni, een periode met heel rustig weer en vaak wind vanuit oostelijke richting.

      Alle gestrande dieren betroffen bruinvissen, behalve de gewone vinvis van 7 juni. Dit was geen ‘echte’ stranding, maar een dier dat op de bulb van een vrachtschip is meegevoerd, waarschijnlijk vanuit de Golf van Biskaje. Waar hadden we dat ook alweer eerder gehoord ....?

    • Maandoverzicht mei 2019

      Ook mei viel wat lager uit dan het meerjarig gemiddelde, maar minder extreem dan in voorgaande maanden: er zijn deze maand 25 dode dieren gemeld. Het meerjarig gemiddelde voor mei ligt op ruim 38. Afgezien van een los schouderblad van een ongedetermineerde dolfijn (mogelijk tuimelaar) op Schiermonnikoog ging het ook deze maand alleen om bruinvissen.

      Er was een opvallend ‘gat’ in strandingen te zien rond het midden van de maand, met slechts 2 meldingen tussen 7 en 24 mei (op de 10e en op de 21e). Vanaf 25 mei volgden er weer dagelijkse meldingen. Niet geheel toevallig zat de wind in deze periode grotendeels in de noord- of oosthoek; pas vanaf de 22e kwam er weer een westcomponent in de wind en pats, daar waren de dode bruinvissen weer.

      Ook nu zijn er in het Deltagebied weinig dieren gevonden, namelijk 5 (waarvan 1 in de Oosterschelde). Langs de kust van Zuid-Holland zijn 4 bruinvissen gemeld, in Noord-Holland 4, maar de klapper viel in het Waddengebied met 11 dieren (waarvan 8 op Vlieland, 2 op Terschelling en 1 op Ameland). Er is 1 levende bruinvis gevonden (2 mei op Vlieland).

    • Maandoverzicht april 2019

      Zou in april het ‘all time low’ bereikt zijn? Er zijn deze maand slechts 12 strandingen gemeld, bijna vier keer minder dan het meerjarig gemiddelde van 43 voor april. Er lijken inderdaad veel minder bruinvissen voor onze kust te zijn dan in voorgaande jaren, maar deze maand speelde de langdurige aflandige wind waarschijnlijk ook een belangrijke rol. Van 6 tot en met 26 april zat de wind namelijk in de oosthoek en na 6 april zijn er nog maar drie vondsten gedaan. Overigens zijn onder de 12 strandingen twee vondsten van (niet verse) dolfijnenschedels; er zijn dus maar 10 bruinvissen gemeld.

      Naast de twee dolfijnresten zijn in het Deltagebied 2 bruinvissen gevonden (1 in de Westerschelde), in Zuid-Holland 3, Noord-Holland 3 en op de Wadden 2 (beide op Texel). Er is 1 levende bruinvis aangetroffen (21 april Breskens).

    • Maandoverzicht maart 2019

      Ook deze maand is het aantal strandingen lager dan het meerjarig gemiddelde, minder dan de helft zelfs: 27 tegenover 57. Het is daarmee het op een-na-laagste maarttotaal sinds 2005 (in dat jaar ook 27). Alleen in maart 2015 waren het er nog minder, namelijk 26.

      Naast bruinvissen is er 1 andere soort gemeld, namelijk een ongedetermineerde dolfijn (15 maart Wijk aan Zee). Een schedel was niet meer aanwezig, maar er konden in de hoop huid en vlees nog twee wervels worden gevonden. Misschien dat de dolfijn in de toekomst, als de wervels zijn schoongemaakt en de collectie van Naturalis weer toegankelijk is, nog gedetermineerd kan worden. Gezien de afmetingen liggen tuimelaar of witsnuitdolfijn voor de hand.

      Het Deltagebied ‘scoorde’ deze maand met slechts 4 strandingen (waarvan 2 in de Oosterschelde) nog lager dan februari. Ook in Zuid-Holland zijn erg weinig bruinvissen gevonden (4). In Noord-Holland waren het er nu wat meer dan vorige maand (10) en dat geldt met 9 exemplaren ook voor de Waddeneilanden (2 op Texel, 5 op Vlieland en 2 op Ameland). Er zijn verspreid over het land maar liefst vier bruinvissen levend gestrand, terwijl er twee weliswaar dood gevonden zijn, maar met nog levende parasieten; ook die twee waren dus nog maar nét dood.

    • Maandoverzicht februari 2019

      Wat aantallen betreft leek februari niet veel op januari: er zijn 'maar' 33 dode bruinvissen gemeld, duidelijk minder dan de 49 van vorige maand. Het is ook iets lager dan het meerjarig gemiddelde, dat op 37 ligt. Het hoogste februariaantal is 58, precies tien jaar geleden, het laagste was 18 in 2015. Er zijn alleen maar bruinvissen aangetroffen.

      Uit de Delta zijn slechts 9 bruinvissen gemeld (waarvan 1 uit de Oosterschelde), uit Zuid-Holland 10, Noord-Holland 9 en het waddengebied 5 (Texel 2, Terschelling 1, Ameland 1, Schiermonnikoog 1). Verscheurde of incomplete kadavers zijn langs de hele kust gevonden. Twee bruinvissen zijn levend gestrand (Scheveningen, Haamstede).

    • Maandoverzicht januari 2019

      De maandtotalen dode bruinvissen vliegen alle kanten op tegenwoordig. November 2018 was qua aantallen een extreem ‘dieptepunt’ met slechts 6 dieren, terwijl in december niet heel veel meer dieren zijn gemeld (14). Januari 2019 schoot de andere kant op: er zijn deze maand 49 strandingen ontvangen, ruim meer dan het januarigemiddelde van 32 (over 2005-2018).

      In de Delta waren de aantallen bruinvissen nog steeds laag, met slechts 4 meldingen. De grote klap kwam van Zuid-Holland, met maar liefst 24 meldingen, en ook de Noord-Hollandse kust had met 10 dieren relatief veel dode bruinvissen. Uit het waddengebied zijn 11 meldingen ontvangen (Texel 2, Vlieland 4, Terschelling 3, Ameland 1 en Groningse vasteland 1).

      Bijzonder was de ‘massastranding’ in Zuid-Holland. Op 19 januari zijn zelfs 8 dode bruinvissen gemeld, waarvan 7 tussen Noordwijk en Vogelenzang. Het ging in 5 van de 7 gevallen om afgekloven kadavers, de meeste om losse staartstukken (4 van de 5). Tegenwoordig wordt er dan algauw naar grijze zeehonden gewezen, maar hoewel die misschien gekloven hebben, hoeven zij niet de doodsoorzaak te zijn geweest. Overigens zijn er deze maand veel verscheurde bruinvissen gevonden, namelijk 24. Dit getal is niet helemaal betrouwbaar, want het is bepaald aan de hand van foto’s. We ontvangen helaas niet van elke dode bruinvis een foto, terwijl er soms maar 1 foto per melding geleverd wordt en dan maar 1 kant van het dier kan worden bekeken. Een vergelijking van ‘mate van verscheuring’ met getallen uit januari van andere jaren is (nog) niet gemaakt.

      Er zijn 2 bruinvissen levend gestrand, beide op 28 januari (Vlieland en Terschelling). Andere soorten zijn deze maand niet gemeld.